ECLI:NL:GHARL:2022:3716

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 mei 2022
Publicatiedatum
10 mei 2022
Zaaknummer
Wahv 200.290.297
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 125 APV gemeente TilburgArtikel 11 WahvArtikel 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Sanctie voor parkeren in vermeende groenstrook vernietigd wegens ontbreken van duidelijkheid over terrein

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd wegens het parkeren van een voertuig in een vermeende groenstrook langs de Hilvarenbeekseweg in Tilburg. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het gerechtshof oordeelde anders.

De kern van het geschil was of het terrein waar het voertuig stond geparkeerd kon worden aangemerkt als een groenstrook zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening van Tilburg. Er was geen wettelijke definitie van groenstrook, park of plantsoen, waardoor de beoordeling afhing van de waarneming door de gemiddelde weggebruiker.

Foto’s en een rapport van bevindingen toonden dat het grasstrookje een onverzorgde indruk maakte en gelegen was aan de rand van de bebouwde kom, naast een fietspad en een viaduct. Het hof concludeerde dat deze strook niet duidelijk herkenbaar was als groenstrook en eerder als berm kon worden gezien. Daarom werd de sanctie vernietigd en het beroep gegrond verklaard.

Daarnaast werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. Het arrest werd uitgesproken door mr. Van Schuijlenburg in Leeuwarden op 10 mei 2022.

Uitkomst: De sanctie voor het parkeren in de vermeende groenstrook wordt vernietigd omdat de strook niet als zodanig herkenbaar is.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.290.297/01
CJIB-nummer
: 230563503
Uitspraak d.d.
: 10 mei 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWest-Brabant van 8 december 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “zonder ontheffing / vergunning een voertuig laten staan in een park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 november 2019 om 11.26 uur op de Hilvarenbeekseweg in Tilburg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de gedraging niet is verricht. Uit de door de betrokkene overgelegde foto blijkt op geen enkele wijze dat sprake is van een groenstrook, te weten een door de gemeente goed onderhouden stuk groen. Terecht overwoog de kantonrechter dat van belang is hoe de situatie zich voordoet voor de gemiddelde weggebruiker. Op dit weggedeelte parkeren veelvuldig auto’s. Het stukje heeft op geen enkele wijze de kenmerken van een goed onderhouden stuk groen. Bij de feitcode R406 gaat het om een versiering of verfraaiing, zoals een mooi parkje of een goed onderhouden gazon. Daarvan is in deze zaak geen sprake.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Opmerkingen ambtenaar 1: (…) Op het groen parkeren met vier wielen aan de rechterzijde van de weg.”
4. In het dossier bevindt zich voorts een rapport van bevindingen van 28 januari 2020, waarin de ambtenaar op ambtsbelofte onder meer verklaart:
“Voertuig met kenteken [kenteken] stond geparkeerd in een groenstrook. Dit is verboden middels artikel 125 Algemene Pro Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg.
Aantasting van groenvoorzieningen door voertuigen
Het komt maar al te veel voor dat groenstroken, plantsoenen en grasperken worden gebruikt voor het parkeren van voertuigen. Met dit artikel kan daartegen worden opgetreden. Het voorkomt daardoor mede de beschadiging van het groen, dat juist tot doel heeft het uiterlijk aanzien van de gemeente te verfraaien.
Bijgevoegd brondocument met foto’s van de gedraging.”
5. Op de foto’s van de gedraging is te zien dat ter plaatse sprake is van een geasfalteerde rijbaan met daarnaast een fietspad en daarnaast een strook waarin het voertuig van de betrokkene (haaks op de rijbaan) staat geparkeerd. Deze strook is gelegen aan de rechterzijde van de rijbaan, vlak voor het verlaten van de bebouwde kom en voor een viaduct. De strook is begroeid met gras en maakt een niet onderhouden indruk. Naast het voertuig van de betrokkene bevindt zich het met gras beklede talud van het viaduct. Het fietspad en de strook worden gescheiden door een verlaagde trottoirband. Aan de andere kant van de strook bevindt zich een hekwerk.
6. De onderhavige gedraging betreft een vermeende overtreding van artikel 125 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) van de gemeente Tilburg. Dit artikel luidt - voor zover van belang - als volgt:
“1. Het is verboden met een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
2. Dit verbod is niet van toepassing:
a. op wegen, zoals bedoeld in artikel 5.1.1, onder a;
b. op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de overheid;
c. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend voor dit doel zijn bestemd.
3. (…).”
7. Om te kunnen vaststellen of de onder 1. genoemde gedraging is verricht moet komen vast te staan, voor zover hier van belang, dat de plaats waar de betrokkene zijn voertuig heeft geparkeerd kan worden aangemerkt als groenstrook, zoals bedoeld in de APV van de gemeente Tilburg. Er is geen wettelijke definitie van de begrippen park, plantsoen, openbare beplanting of groenstrook. In een berm mag in principe worden geparkeerd, terwijl dat in een groenstrook doorgaans niet is toegestaan. Bij de bepaling of iets al dan niet als berm of groenstrook kan worden aangemerkt, is doorslaggevend hoe het terrein zich aan de gemiddelde weggebruiker voordoet.
8. Naar het oordeel van het hof is ter plaatse sprake van een situatie die zich voor de gemiddelde weggebruiker níet evident voordoet als een groenstrook. De enkele niet nader onderbouwde conclusie van de ambtenaar dat de betrokkene heeft geparkeerd in een groenstrook is hiervoor onvoldoende. De strook is gelegen op de grens van de bebouwde kom, maakt een niet onderhouden indruk en kan zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoen als een tot de weg behorende berm. Onder die omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat ter plaatse sprake is van een park, plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. Derhalve is de onder 1. vermelde gedraging niet verricht.
9. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom vernietigen en, met gegrondverklaring van het beroep, de beslissing van de officier van justitie alsmede de inleidende beschikking vernietigen.
10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 405,75,- (1,5 x € 541,- x 0,5) en tot een bedrag van € 759,- (2 x € 759,- x 0,5) voor de fase van het beroep bij de kantonrechter en het hoger beroep.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.164,75;
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.