ECLI:NL:GHARL:2022:3630
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep dwangsombeslissing afgewezen
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die zijn beroep tegen de officier van justitie niet-ontvankelijk had verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding had afgewezen. Het hof onderzocht of het appelverbod buiten toepassing kon worden gelaten vanwege een mogelijke schending van het recht op toegang tot de rechter, omdat niet duidelijk was of de gemachtigde tijdig was opgeroepen voor de zitting.
Het hof oordeelde dat het appelverbod inderdaad buiten toepassing moest worden gelaten, omdat niet kon worden vastgesteld dat de gemachtigde behoorlijk was opgeroepen. Hierdoor werd het hoger beroep ontvankelijk verklaard en werd de beslissing van de kantonrechter vernietigd. Vervolgens beoordeelde het hof het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie over de dwangsom.
De kern van het geschil betrof de vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op een administratief beroep. Het hof stelde vast dat de beslissing van de officier van justitie tijdig aan de gemachtigde was toegezonden en dat er geen beroep tegen deze beslissing was ingesteld binnen de beroepstermijn. Daarom verklaarde het hof het beroep niet-ontvankelijk en wees het het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie betreffende de dwangsom is niet-ontvankelijk verklaard.