ECLI:NL:GHARL:2022:3419

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 mei 2022
Publicatiedatum
2 mei 2022
Zaaknummer
Wahv 200.287.227/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvBesluit proceskosten bestuursrechtartikel 3 Besluit proceskosten bestuursrechtartikel 2 derde lid Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs van rijden door rood

De betrokkene werd een sanctie van €240 opgelegd voor het niet stoppen voor een rood verkeerslicht op 6 februari 2020 in Almelo. De betrokkene voerde aan dat de foto's van de gedraging te donker waren om de overtreding te bewijzen. De advocaat-generaal stelde dat de gedraging mede werd vastgesteld met behulp van detectielussen en ambtelijke beoordeling van de foto's.

Het hof oordeelde echter dat de foto's van zodanige slechte kwaliteit waren dat de gedraging niet daarop kon worden vastgesteld. De activering van detectielussen en de ambtelijke beoordeling konden dit gebrek niet compenseren. Daarom kon de sanctiebeschikking niet in stand blijven.

Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten aan de betrokkene. De zaak werd aangemerkt als licht van aard met een proceskostenvergoeding van €582,38.

Uitkomst: Sanctiebeschikking voor rijden door rood wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs door slechte kwaliteit foto's.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.287.227/01
CJIB-nummer
: 231867550
Uitspraak d.d.
: 2 mei 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 8 oktober 2020, betreffende
[de betrokkene](hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 februari 2020 om 07.25 uur op de Henriette Roland Holstlaan in Almelo met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de foto’s van de gedraging zo donker zijn dat daaruit niet blijkt dat de gedraging is verricht.
3. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de foto’s weliswaar donker zijn, maar dat een dergelijke gedraging wordt geconstateerd met behulp van een lusdetector die door twee achter elkaar in het wegdek liggende detectielussen wordt geactiveerd indien een voertuig bij rood licht de stopstreep passeert. Bij een dergelijke gedraging worden twee foto’s gemaakt, die later door een ambtenaar op beeldschermformaat worden bekeken. Uit het samenstel van de foto’s, daarbij behorende gegevens en verklaring van de ambtenaar, volgt dat het voornoemde voertuig niet is gestopt voor het rode licht.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.
Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 1,2 seconden.
Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden.”
5. Verder bevat het dossier twee foto’s van de gedraging. De foto’s zijn zeer donker. Er zijn rood licht uitstralende verkeerslichten te zien en achterlichten en oplichtende kentekenplaten van meerdere voertuigen, maar mede door de kwaliteit van de foto’s zijn niet alle kentekens (goed) leesbaar. Zoals ook die van het voertuig van de betrokkene; het voertuig van de betrokkene is niet goed waar te nemen op de foto’s. Er zijn geen markeringen op het wegdek of andere herkenningspunten op de foto’s te zien. Op de tweede foto is een uitvergroting van het kenteken te zien.
6. De foto’s van de gedraging zijn te donker om daarop de gedraging vast te kunnen stellen. De stelling van de advocaat-generaal dat de detectielussen bij rood licht zijn geactiveerd en een ambtenaar de foto’s heeft bekeken doet hier niet aan af. Bij gedragingen als deze, waarbij de gedraging mede op basis van foto’s wordt vastgesteld, dienen de foto’s van de gedraging die aan het dossier worden toegevoegd van zodanige kwaliteit te zijn dat daarop de gedraging kan worden vastgesteld.
7. Het voorgaande leidt tot onderstaande beslissing.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. De onderhavige zaak wordt aangemerkt als samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Bpb) met de zaak Wahv 200.287.228/01 waarin het hof ook vandaag uitspraak doet. Ingevolge bijlage C2 van het Bpb is de factor 1 van toepassing.
9. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter en een hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Bbp, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal in deze zaak veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 582,38 (€ 1.164,75 : 2).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 582,38.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.