Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak is in eerste aanleg een bewind over de goederen van de echtgenoot ingesteld vanwege diens lichamelijke of geestelijke toestand. De echtgenote ging hiertegen in hoger beroep en verzocht vernietiging van deze beschikking en opheffing van het bewind. Het hof heeft het hoger beroep behandeld waarbij ook de echtgenote, enkele kinderen en de bewindvoerder betrokken waren.
Het hof heeft vastgesteld dat de kantonrechter in eerste aanleg de echtgenoot en andere belanghebbenden niet heeft gehoord voorafgaand aan de beschikking, terwijl dit volgens de wet en aanbevelingen gebruikelijk is, tenzij sprake is van spoedeisendheid. Deze spoedeisendheid was onvoldoende gemotiveerd. Daarnaast bleek uit de stukken en de mondelinge behandeling dat er geen sprake was van problematische schulden of verkwisting en dat de familieverhoudingen inmiddels gestabiliseerd zijn.
De echtgenote en echtgenoot kunnen met hulp van de kinderen hun financiële zaken regelen. Er zijn geen gronden voor het instellen van een bewind over de goederen van de echtgenoot. Het hof vernietigt daarom de beschikking van de kantonrechter en wijst het verzoek tot onderbewindstelling af. Ook het subsidiaire verzoek tot bewind over het persoonsgebonden budget met benoeming van een kind als bewindvoerder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot onderbewindstelling en wijst het verzoek tot bewind over de goederen van de echtgenoot af.