ECLI:NL:GHARL:2022:3047
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.L. van der Bel
- M.H.H.A. Moes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in kort geding over ontruiming en convenant woning
In deze civiele zaak stond een geschil omtrent de ontruiming van een woning centraal. De man had in eerste aanleg gevorderd dat de vrouw de woning zou verlaten en dat hij gemachtigd werd om de politie in te schakelen voor ontruiming, hetgeen door de voorzieningenrechter werd toegewezen na praktische afspraken tussen partijen.
De vrouw stelde in hoger beroep dat het convenant van 12 juli 2018 buiten toepassing moest worden verklaard of opgeschort totdat hierover in een bodemprocedure was geoordeeld. Tevens wilde zij het vonnis van 15 oktober 2021 vernietigd zien en de vorderingen van de man afgewezen. Het hof oordeelde dat de vrouw geen rechtens te respecteren belang had bij haar nieuwe vorderingen omdat zij de woning inmiddels verlaten had en niet betwistte dat de man aan zijn verplichtingen had voldaan.
Daarnaast wees het hof het beroep af omdat de vrouw in hoger beroep geen nieuwe vordering kon instellen die zij in eerste aanleg niet had ingebracht, conform artikel 353 lid 1 Rv Pro. De grieven van de vrouw faalden, en het hof compenseerde de proceskosten zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Het arrest werd gewezen door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 april 2022 en bevestigde het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter Midden-Nederland van 15 oktober 2021.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst het hoger beroep van de vrouw af wegens gebrek aan belang en niet-ontvankelijkheid van nieuwe vorderingen.