ECLI:NL:GHARL:2022:2906

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 april 2022
Publicatiedatum
14 april 2022
Zaaknummer
Wahv 200.295.475/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WahvArt. 3:41 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening in bestuursstrafzaak

De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend.

In hoger beroep verzocht de betrokkene om uitstel vanwege code geel weersomstandigheden, wat werd afgewezen. Het hof wees erop dat code geel geen advies is om niet te reizen en dat openbaar vervoer beschikbaar was. De betrokkene verscheen niet op de zitting.

De beoordeling richtte zich op de termijn van zes weken waarbinnen beroep moet worden ingesteld. De beslissing van de officier van justitie was op 10 maart 2020 aan de betrokkene toegestuurd, waardoor de beroepstermijn op 21 april 2020 eindigde. Het beroepschrift was echter pas op 1 mei 2020 ontvangen, dus te laat.

Privéproblemen van de betrokkene werden niet als geldige reden gezien voor de termijnoverschrijding. Het hof bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring en kon niet inhoudelijk op de zaak ingaan.

Uitkomst: Het beroep tegen de bestuursstrafbeslissing is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.295.475/01
CJIB-nummer
: 228921877
Uitspraak d.d.
: 14 april 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 23 maart 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Wel heeft hij bij e-mailbericht van 22 december 2021 nadere stukken overgelegd en kenbaar gemaakt dat hij een getuige mee wil nemen naar de zitting.
De betrokkene heeft op 31 maart 2022 verzocht om aanhouding van de behandeling van de zaak. Dit verzoek is afgewezen. De zaak is behandeld op de zitting van 31 maart 2022. De betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. De betrokkene heeft verzocht of de behandeling van zijn zaak online kan plaatsvinden dan wel kan worden aangehouden, omdat door het KNMI code geel is afgegeven ten aanzien van de weersomstandigheden. Aan de betrokkene is bericht dat het online behandelen van de zaak niet mogelijk is en dat hof onvoldoende aanleiding ziet de behandeling van de zaak aan te houden. Daartoe heeft het hof erop gewezen dat code geel van het KNMI inhoudt: "Kans op gladheid. Alle verkeersdeelnemers kunnen hinder ondervinden. Pas uw rijgedrag aan." en dus geen advies is om thuis te blijven. Bovendien kan met het openbaar vervoer worden gereisd. De behandeling van de zaak zal daarom worden voortgezet.
2. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingesteld.
3. De betrokkene klaagt er in hoger beroep over dat zijn zaak - naar het hof begrijpt - niet inhoudelijk is behandeld.
4.
Tegen de beslissing van de officier van justitie kan binnen zes weken beroep worden ingesteld. Dat volgt uit artikel 9, eerste lid, van de Wahv en de artikelen 3:41, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
5. De beslissing van de officier van justitie is op 10 maart 2020 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 21 april 2020. Het beroepschrift is gedateerd 27 april 2020. Uit een stempel blijkt dat het op 1 mei 2020 door de officier van justitie is ontvangen. Het beroep is dan ook niet tijdig ingesteld.
6. Uit het proces-verbaal van de zitting bij de kantonrechter volgt dat het vorenstaande met de betrokkene is besproken en dat de betrokkene heeft verklaard dat hij niet weet waarom het beroep te laat is ingesteld. Het kan zijn dat het tijdig indienen erbij in is geschoten omdat hij in een vechtscheiding zit.
7. Het hof is evenals de kantonrechter van oordeel dat de privéproblemen van de betrokkene niet maken dat de termijnoverschrijding de betrokkene niet kan worden toegerekend. Aldus is het beroep op juiste gronden niet-ontvankelijk verklaard. Dit brengt mee dat het hof niet kan toekomen aan een inhoudelijke behandeling van de bezwaren tegen de opgelegde sanctie.
8. Het voorgaande betekent dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.