ECLI:NL:GHARL:2022:275

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 januari 2022
Publicatiedatum
17 januari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.283.981/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid, WahvArt. 11 WahvArt. 2, derde lid, Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie mobiel vasthouden tijdens rijden vernietigd wegens twijfel aan gedraging

De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 12 juli 2019 in Utrecht. Hij betwistte deze gedraging consistent en motiveerde dat hij een smartwatch droeg, de telefoon in een houder zat en hij stilstond bij het verkeerslicht.

De ambtenaar die de overtreding constateerde, gebruikte een standaardtekst en gaf geen duidelijke toelichting over zijn positie of waarneming, terwijl de betrokkene neerkeek op het apparaat. Dit leidde tot gerede twijfel bij het hof of de gedraging daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de sanctie van de officier van justitie. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, omdat het beroep gegrond werd verklaard.

Uitkomst: De sanctie voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt vernietigd wegens gerede twijfel aan de gedraging.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.283.981/01
CJIB-nummer
: 227129804
Uitspraak d.d.
: 17 januari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 10 augustus 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 juli 2019 om 11:04 uur op de Mercatorlaan in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene ontkent dat de betrokkene de gedraging heeft verricht. De betrokkene heeft in administratief beroep en bij de kantonrechter aangevoerd dat hij een smartwatch om had, dat de telefoon zich in een telefoonhouder bevond en dat hij volledig stilstond bij het verkeerslicht. Geen van deze punten komen terug in het proces-verbaal van de ambtenaar. Daarnaast is gebruik gemaakt van een standaardtekst, waarbij weinig zelf is aangevuld. De verklaring van de ambtenaar bevat een tegenstrijdigheid, te weten dat wanneer men een telefoon vasthoudt ter hoogte van het stuurwiel, men niet meer met zijn hoofd hoeft neer te kijken. Het woord ‘rijdend’ is enkel in de verklaring van de ambtenaar opgenomen, nu gebruik is gemaakt van een standaardtekst. De gemachtigde stelt dat de ambtenaar niet aan de zorgvuldigheid heeft voldaan die van zijn verklaring en waarneming mag worden verwacht.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een telefoon met de linkerhand vasthield. Ik zag namelijk dat de betrokkene zijn telefoon in zijn linkerhand hield ter hoogte van zijn stuurwiel. Ik zag dat hij met zijn hoofd meerdere malen neerkeek om op het scherm van zijn telefoon te kijken. Hoewel ik de telefoon bij de staandehouding niet heb gezien, ben ik er van overtuigd dat de betrokkene genoemd apparaat tijdens het rijden vasthield, aangezien mijn zicht op de betrokkene onbelemmerd en duidelijk was en ik mijn waarnemingen gedurende 10 seconden heb gedaan.
Verklaring betrokkene: Ik had mijn telefoon niet in mijn handen.”
5. Gelet op wat namens de betrokkene de gehele procedure consistent en vasthoudend is aangevoerd, is bij het hof gerede twijfel ontstaan of de gedraging is verricht. De betrokkene heeft al bij de staandehouding ontkent de gedraging te hebben verricht. De ambtenaar verklaart weliswaar zeer stellig dat hij heeft gezien dat de betrokkene een mobiele telefoon vasthield, maar geeft niet aan wat zijn positie ten opzichte van de betrokkene was en hoe hij de telefoon heeft kunnen waarnemen, terwijl de betrokkene neerkeek op de telefoon. Ook is niet duidelijk of de gedraging is geconstateerd bij het verkeerslicht zoals de betrokkene stelt. De ambtenaar heeft daarnaast bij de staandehouding niet gecontroleerd of het voorwerp dat hij heeft gezien daadwerkelijk een telefoon was. Een nadere toelichting waarin wordt ingegaan op het verweer dat de betrokkene op een smartwatch keek en de telefoon in de telefoonhouder zat, was op zijn plaats geweest. Bij deze stand van zaken kan niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het via een skype-verbinding bijwonen van de zitting van de kantonrechter en het indienen van een hoger beroepschrift dienen in totaal vier punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.544,25 ((1,5 x € 541,- x 0,5) + (3 x € 759,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.544,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.