ECLI:NL:GHARL:2022:2675

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 april 2022
Publicatiedatum
7 april 2022
Zaaknummer
Wahv 200.287.712/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete rijden door rood licht bij spoorwegovergang ondanks ontbreken direct zicht ambtenaar

De betrokkene werd beboet voor het niet stoppen voor een rood licht op 20 juni 2019 om 08:27 uur op de Kanaaldijk Zuid-West in Helmond. De kantonrechter wijzigde de pleeglocatie en verklaarde het beroep deels gegrond, maar wees het beroep voor het overige af. De betrokkene ging in hoger beroep tegen deze beslissing.

De betrokkene stelde dat de ambtenaar geen direct zicht had op het verkeerslicht en dat er geen technisch rapport was over de werking van de verkeersregelinstallatie, waardoor niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat het licht daadwerkelijk rood was. De ambtenaar baseerde zijn waarneming op het gedrag van het voertuig en de situatie bij de spoorwegovergang, waaronder het sluiten van de spoorbomen en het knipperen van rode waarschuwingslampen.

Het hof oordeelde dat het niet vereist is dat de ambtenaar direct zicht heeft op het verkeerslicht, zolang de waarnemingen voldoende rechtvaardigen dat het voertuig door rood reed. De verklaringen van de ambtenaar en de verkeersdeskundige bevestigden dat het verkeerslicht vóór de spoorwegovergang rood was toen het voertuig vertrok. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter bevestigd. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor het rijden door rood licht en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.287.712/01
CJIB-nummer
: 226520472
Uitspraak d.d.
: 7 april 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant van 27 oktober 2020, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd, het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in zoverre gewijzigd dat de pleeglocatie komt te luiden: “Kanaaldijk Zuid-West” en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 787,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 juni 2019 om 08.27 uur op de Kanaaldijk N.W. in Helmond met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft de pleeglocatie gewijzigd in “Kanaaldijk Zuid-West”.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de ambtenaar in zijn proces-verbaal verklaart geen direct zicht te hebben gehad op de verkeerslichten. De ambtenaar heeft de beschikking opgelegd op basis van een visuele waarneming roodlichtgedraging. De betrokkene doet een beroep op de ontruimingstijd. Tegenwoordig zijn sommige verkeerslichten zodanig afgesteld dat de ontruimingstijd nul of negatief is.
Slechts het feit dat de ambtenaar zelf groen uitstralend licht waarneemt, wil niet automatisch zeggen dat de betrokkene door het rood uitstralende licht reed. In de onderhavige situatie waarin de ambtenaar geen zicht heeft op het betreffende verkeerslicht zal de ambtenaar zich ervan moeten vergewissen dat het verkeerslicht dat voor de betrokkene geldt inderdaad rood licht uitstraalt zodra het verkeerslicht dat voor de ambtenaar zelf geldt groen licht uitstraalt. Uit het proces-verbaal blijkt dat de ambtenaar geen zicht had op het verkeerslicht en ervan uitging dat dit rood licht uitstraalde, omdat een ander voertuig stilstond voor het verkeerslicht. Zodoende kan met zekerheid worden gesteld dat de ambtenaar geen direct zicht had op het verkeerslicht. Er had derhalve een rapport omtrent de technische gegevens van de verkeerslichten in het geding moeten worden gebracht. Dat is niet gebeurd, zodat niet met zekerheid vaststaat dat het verkeerslicht daadwerkelijk rood licht uitstraalde. De betrokkene kan zich niet vinden in de omschrijving van de gedraging en stelt dat de gedraging niet is verricht.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik verbalisant stond voor het verkeerslicht te wachten voor rood licht. Aan mijn linkerzijde zag ik genoemde personenauto stilstaan ook voor het rode verkeerslicht. Ik hoorde dat de spoorwegovergang ging sluiten, door het signaal dat afgegeven werd en de bomen zag ik daadwerkelijk naar beneden gaan. Vervolgens zag en hoorde ik dat de bestuurder van de personenauto gas gaf, ineens wegreed, door rood licht, de spoorwegovergang over in de richting van Weert.”
5. Daarnaast bevat het dossier een proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 november 2019. Hierin verklaart de ambtenaar:
“Op donderdag 20 juni 2019 te 08.27 uur bevond ik mij, verbalisant, bij de oversteekplaats voor voetgangers/fietser, op de kruising Kanaaldijk Zuid-West met de Heeklaan te Helmond. (…)
Ik (…) stond voor het rode verkeerslicht te wachten.
Ik had goed zicht op de kruisende wegen en zag aan mijn linkerzijde, een 40 tot 50 meter van mij vandaan voor de spoorwegovergang, bij de verkeerslichten een grote zwarte personenauto stilstaan voor het rode uitstralende verkeerslicht.
Ik zag dat deze op de rijstrook voor rechtdoor gaand verkeer stilstond. (…)
Ik heb niet direct gezien dat het verkeerslicht aan de zijde van de bestuurder op rood stond, maar gezien de verkeerssituatie op dat moment, meerdere personenauto’s die stilstaan bij de stopstreep voor een spoorwegovergang die op het punt van sluiten staat, kan wel gesteld worden dat het zeker rood licht was op dat moment. (…)
Op het moment dat ik sta te wachten bij de oversteekplaats hoorde ik ineens luid de bellen rinkelen van de spoorwegovergang, de rode waarschuwingslampen zag ik helder knipperen en de spoorwegovergang bomen zag ik zichzelf gaan sluiten, ten teken dat er een trein gaat komen.
Op dat moment hoorde en zag ik dat de zwarte personenauto gaf gas, de spoorwegovergang overreed en vervolgens enkele meters verder, de kruising Kanaaldijk Zuid-West, de Heeklaan en de Engelseweg overreed.
Ik zag dat de personenauto voorzien van het kenteken [kenteken] rechtdoor in de richting van Weert reed.”
6. Voorts heeft de advocaat-generaal een proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 februari 2021 overgelegd. Hierin verklaart de ambtenaar:
“Ik, verbalisant heb hierop navraag gedaan bij verkeersdeskundige [naam1] van de gemeente Helmond. Onderstaand antwoord verkreeg ik van hem. Een foto van de locatie waar de overtreding is gepleegd is door mij, verbalisant afzonderlijk bij dit proces-verbaal gevoegd.
“Helaas blijkt de exacte data van 20 juni 2019 08.27 uur niet goed vastgelegd te zijn. In de software van de verkeerslichten was destijds het volgende vastgelegd voor de betreffende rijrichting in relatie tot de spoorwegovergang:
Verkeer vanaf Kanaaldijk N.W. richting Kanaaldijk Z.W. in de rijrichting van Weert passeert achtereenvolgens fc11 (verkeerslicht-lantaarn vóór spoor), de spoorwegovergang en dan fc71 (verkeerslicht-lantaarn tussen spoor en kruispunt). Zowel fc11 en fc71 hebben ieder een eigen stopstreep. Situatie is dan als volgt: fc11 en fc71 geven gelijktijdig groen. Vanaf het spoor komt een “treinaanvraag” binnen in de regeling. fc11 gaat eerst naar rood, fc71 blijft groen. Vervolgens gaan de spoorbomen dicht, fc71 blijft groen zodat verkeer nog weg kan komen vanaf de spoorwegover-gang. Als de spoorbomen dicht zijn en er voldoende ontruimingstijd is geweest, gaat fc71 ook naar rood. Het kan dus voorkomen dat fc11 rood is en fc71 tegelijkertijd nog groen. Fc11 is in ieder geval altijd rood vóór de spoorbomen sluiten, fc71 kan dus wel groen zijn als de spoorbomen gaan sluiten of dicht zijn. Als de “treinaanvraag” komt terwijl het kruispunt groen geeft aan een andere rijrichting, dan zullen zowel fc11 en fc71 rood blijven. Op donderdag 20 juni 2019 te 08.27 uur zag ik, verbalisant dat de personenauto met het kenteken [kenteken] op locatie fc11 stond.”
7. Voor het opleggen van een sanctie voor het niet stoppen voor een rood uitstralend verkeerslicht is niet vereist dat een ambtenaar rechtstreeks zicht heeft op het verkeerslicht dat voor de betrokkene geldt. Wel moet hetgeen de ambtenaar omtrent zijn waarneming verklaart de conclusie kunnen rechtvaardigen dat de betrokkene het rood uitstralende verkeerslicht heeft genegeerd (vgl. het arrest van het hof van 16 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5807).
8. De gemachtigde stelt zich - kort gezegd - op het standpunt dat niet met zekerheid vaststaat dat het verkeerslicht daadwerkelijk rood licht uitstraalde, nu er geen rapport omtrent de technische gegevens van de verkeerslichten in het geding is gebracht. Deze stelling wordt naar het oordeel van het hof afdoende weerlegd door de verklaring van de ambtenaar, inhoudende dat op het moment waarop zij de bellen van de spoorwegovergang luid hoorde rinkelen, de rode waarschuwingslampen helder zag knipperen en de spoorwegbomen zag sluiten, zij hoorde en zag dat het onderhavige voertuig gas gaf en de spoorwegovergang overreed, in samenhang met de door de advocaat-generaal overgelegde verklaring dat de ambtenaar zag dat het onderhavige voertuig op locatie fc11, zijnde het verkeerslicht vóór de spoorwegovergang, stond alsmede fc11 in ieder geval altijd rood licht uitstraalt voordat de spoorbomen sluiten. Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
9. Aangezien hetgeen is aangevoerd geen doel treft, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd dit arrest te ondertekenen.