ECLI:NL:GHARL:2022:2675
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete rijden door rood licht bij spoorwegovergang ondanks ontbreken direct zicht ambtenaar
De betrokkene werd beboet voor het niet stoppen voor een rood licht op 20 juni 2019 om 08:27 uur op de Kanaaldijk Zuid-West in Helmond. De kantonrechter wijzigde de pleeglocatie en verklaarde het beroep deels gegrond, maar wees het beroep voor het overige af. De betrokkene ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De betrokkene stelde dat de ambtenaar geen direct zicht had op het verkeerslicht en dat er geen technisch rapport was over de werking van de verkeersregelinstallatie, waardoor niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat het licht daadwerkelijk rood was. De ambtenaar baseerde zijn waarneming op het gedrag van het voertuig en de situatie bij de spoorwegovergang, waaronder het sluiten van de spoorbomen en het knipperen van rode waarschuwingslampen.
Het hof oordeelde dat het niet vereist is dat de ambtenaar direct zicht heeft op het verkeerslicht, zolang de waarnemingen voldoende rechtvaardigen dat het voertuig door rood reed. De verklaringen van de ambtenaar en de verkeersdeskundige bevestigden dat het verkeerslicht vóór de spoorwegovergang rood was toen het voertuig vertrok. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter bevestigd. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor het rijden door rood licht en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.