ECLI:NL:GHARL:2022:265
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Sekeris
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar voor digitaal handhaven met scanauto
In deze zaak stond centraal of een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) bevoegd was een sanctie op te leggen op basis van digitaal handhaven met een scanauto voor een vermeende overtreding van artikel 10 van Pro het RVV 1990. De Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar bepaalt dat digitaal handhaven slechts is toegestaan voor het negeren van een C-bord of een overtreding van artikel 5, 6 of 10 RVV die volgt uit het negeren van een G-bord.
De overtreding in deze zaak betrof wel artikel 10 RVV Pro, maar volgde niet uit het negeren van een G-bord. Het hof oordeelde dat de door het openbaar ministerie opgestelde kaders die deze eis niet stellen, niet de bevoegdheid van de boa kunnen uitbreiden. Daarmee was de boa niet bevoegd de sanctie op te leggen en werd de beschikking vernietigd.
Het hof nam uitgebreid kennis van de toelichting van het openbaar ministerie en de reactie van de gemachtigde van de betrokkene. De discussie betrof de uitleg van 'digitaal handhaven' en de reikwijdte van de Regeling. Het hof volgde het standpunt dat digitaal handhaven met een scanauto wel onder de Regeling valt, maar dat de bevoegdheid beperkt is tot de genoemde overtredingen in samenhang met de C- en G-borden.
De proceskosten werden toegewezen aan de betrokkene. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg, mr. Sekeris en mr. De Witt, waarbij mr. Sekeris niet medeondertekende.
Uitkomst: De sanctiebeschikking is vernietigd omdat de boa niet bevoegd was digitaal te handhaven met een scanauto voor de overtreding.