Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: [verzoeker] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak is door verzoeker hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland die het verzoek tot opheffing van het bewind had afgewezen. Het bewind was ingesteld over de goederen van verzoeker sinds augustus 2018, met [de bewindvoerder] B.V. als bewindvoerder.
Verzoeker stelde dat het bewind opgeheven moest worden, maar het hof oordeelde dat de noodzaak tot voortzetting van het bewind nog steeds aanwezig is. Hoewel verzoeker momenteel financieel gezond is, heeft hij onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie en spelen er complexe zaken rondom zijn woning die nog niet helder zijn. Het spaargeld is gevormd uit incidentele meevallers en het maandelijkse inkomen laat weinig ruimte over, waardoor het risico bestaat dat het spaargeld snel op raakt.
Daarnaast is gebleken dat de zus van verzoeker zich regelmatig met zijn financiën bemoeit en een volmacht had op zijn betaalrekening, wat risico's met zich meebrengt. Het hof concludeerde dat het van belang is dat de bewindvoerder eerst inventariseert welke werkzaamheden en kosten aan de woning verbonden zijn om verstandige keuzes te kunnen maken.
Daarom heeft het hof het verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen en de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af en bekrachtigt de bestreden beschikking.