Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 13 januari 2022 uitspraak gedaan in hoger beroep over de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2020. De vader had bezwaar gemaakt tegen de verlenging van de machtiging en verzocht om beëindiging of bekorting hiervan. De gecertificeerde instelling (GI) en de moeder waren het niet eens met het verzoek.
De feiten tonen aan dat het kind sinds augustus 2020 onder toezicht staat en in verschillende pleeggezinnen verblijft. Er zijn ernstige zorgen over de opvoedingssituatie bij de ouders, waaronder fysieke en verbale agressie, onvoldoende emotionele beschikbaarheid en onbetrouwbaarheid jegens hulpverlening. Een eerder traject in een ouder-kind huis werd voortijdig beëindigd vanwege conflicten tussen de ouders.
De ouders wonen sinds mei 2021 samen op een zorgboerderij, maar ook daar zijn de problemen niet afgenomen. Het kind kan niet langer in het huidige pleeggezin blijven en wordt overgeplaatst. Het hof oordeelt dat een wisseling van pleeggezin op zichzelf geen reden is voor thuisplaatsing. Een ouderschapsbeoordeling in een gezinskliniek zal nader inzicht geven in de opvoedingsvaardigheden van de ouders.
Het hof concludeert dat de machtiging tot uithuisplaatsing terecht is verlengd omdat de vader geen feiten heeft aangevoerd waaruit blijkt dat hij en de moeder het kind een veilige en stabiele opvoedingsomgeving kunnen bieden. Het verzoek tot beëindiging of bekorting van de machtiging wordt afgewezen en de beschikking van de kinderrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt bekrachtigd en het verzoek tot beëindiging of bekorting afgewezen.