Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
[naam1],
[naam2],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader en moeder zijn gezamenlijk gezagsdragers over hun twee kinderen die sinds januari 2019 uit huis zijn geplaatst en onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling (GI). De kinderrechter stelde bij beschikking een zorgregeling vast waarbij de kinderen regelmatig bij de ouders verblijven.
De ouders kwamen in hoger beroep met het verzoek tot verruiming van deze zorgregeling. Het hof oordeelde echter dat de rechtbank ten onrechte een zorgregeling heeft vastgesteld, omdat volgens artikel 1:265f BW bij uithuisplaatsing eerst de GI moet worden verzocht een zorgregeling vast te stellen. Pas bij afwijzing daarvan kan de rechter ingrijpen.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de ouders de GI niet hebben verzocht een zorgregeling vast te stellen en dat er geen schriftelijke aanwijzing van de GI was. Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking en verklaarde de ouders niet-ontvankelijk in hun verzoek tot vaststelling van een zorgregeling.
Deze uitspraak benadrukt het belang van de procedurele route via de GI bij uithuisplaatsing en het beperken van contact tussen ouders en kinderen, waarbij de rechter pas kan ingrijpen na een besluit van de GI of het uitblijven daarvan.
Uitkomst: Ouders zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot vaststelling van een zorgregeling voor hun uithuisgeplaatste kinderen.