Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de schuldsaneringsregeling en de procedure bij de rechtbank
2.De procedure in hoger beroep
- het V6-formulier van mr. Van der Linden met één productie van 28 februari 2022;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechtbank Midden-Nederland had de looptijd van de schuldsaneringsregeling van appellante verlengd vanwege een boedelachterstand en nieuwe schulden. Appellante stelde in hoger beroep dat de immateriële schadevergoeding niet aan de boedel toekomt en verzocht om beëindiging van de regeling met een schone lei.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 295 lid 1 Fw Pro de boedel ook goederen omvat die tijdens de regeling worden verkregen, waaronder immateriële schadevergoeding. De Hoge Raad bevestigde dit in 2006, waarbij een uitzondering voor letselschadevergoeding niet geldt. De Wet Affectieschade van 2019 maakt immateriële schadevergoeding niet onttrokken aan de boedel zodra deze is uitgekeerd.
Het hof zag geen reden om hiervan af te wijken en verwees naar de wetgever voor eventuele aanpassing. Ook de specifieke regeling voor tegemoetkoming in de kinderopvangtoeslagaffaire bood geen grond voor een ander oordeel. Het hoger beroep faalde en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de immateriële schadevergoeding in de schuldsaneringsboedel valt en verlengt de looptijd van de regeling.