Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beschikkingen van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
In de zaak met CJIB-nummer 225797473 (zaaknummer rechtbank 8365586):
- Het dossier bevat een brief van de griffier van de rechtbank, gedateerd 2 april 2021 en geadresseerd aan de betrokkene, waarin is vermeld dat een bedrag van € 0,00 (zie het exploot van de deurwaarder) aan zekerheidstelling moet worden betaald. Deze brief voldoet niet aan de eisen, nu het bedrag van de zekerheidstelling niet is vermeld;
- Het dossier bevat twee ‘nota’s griffierecht’, beide gedateerd 11 maart 2020 en geadresseerd aan de betrokkene, waarin verschillende bedragen aan griffierecht staan vermeld (nl. € 83,00, wat onjuist is en € 338,00, wat juist is);
- Uit het dossier blijkt niet, met een bewijs van aangetekende verzending of door middel van een deugdelijke verzendadministratie, dat de brief van 2 april 2021 en de (juiste) nota van 11 maart 2020 daadwerkelijk aan de betrokkene zijn toegestuurd;
- Uit het dossier blijkt niet of de betrokkene zekerheid heeft gesteld en/of griffierecht heeft betaald;
- Het dossier bevat een brief van de griffier van de rechtbank, gedateerd 12 maart 2021 en geadresseerd aan de betrokkene, waarin is vermeld dat een bedrag van € 0,00 (zie het exploot van de deurwaarder) aan zekerheidstelling moet worden betaald. Deze brief voldoet niet aan de eisen, nu het bedrag van de zekerheidstelling niet is vermeld;
- Het dossier bevat een ‘nota griffierecht’, gedateerd 5 maart 2021 en geadresseerd aan de betrokkene, waarin het juiste bedrag aan griffierecht wordt vermeld. Uit het dossier blijkt niet, met een bewijs van aangetekende verzending of door middel van een deugdelijke verzendadministratie, dat deze nota daadwerkelijk aan de betrokkene is toegestuurd;
- Uit het dossier blijkt niet of de betrokkene griffierecht heeft betaald.