Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van [datum] tot en met [datum] te [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk een identiteitsbewijs op naam van [naam] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
Vrijspraak feit 1
uit het dossier blijkt dat hiermee medeverdachte [getuige 1] wordt bedoeld) waar zij even later over verklaarde. Ten tijde van haar aanvullende verklaring bij de politie weet zij dit wel weer en vertelt zij dat dit wel dezelfde persoon was. Op dit punt is de verklaring van aangeefster inconsistent.