ECLI:NL:GHARL:2022:1947

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 maart 2022
Publicatiedatum
14 maart 2022
Zaaknummer
Wahv 200.296.814/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Art. 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens overtreding geslotenverklaring voor bouwverkeer

De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd met een boete van €140 wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle verkeer behalve bouwverkeer op de San Marinostraat te Utrecht op 11 februari 2020.

De gemachtigde voerde aan dat de feitcode onjuist was toegepast omdat de locatie geen doelgroepstrook betrof, maar een in- en uitrit van een bouwterrein. Het hof oordeelde dat de feitcode R550b correct was, omdat de geslotenverklaring met bord C1 en onderbord specifiek voor bouwverkeer gold en de betrokkene de weg gebruikte zonder uitzondering.

De publicaties van Rijkswaterstaat en het Feitenboekje van het OM hebben geen wettelijke status en worden niet betrokken bij de beoordeling. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De sanctie van €140 wegens overtreding geslotenverklaring voor bouwverkeer wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.296.814/01
CJIB-nummer
: 231814519
Uitspraak d.d.
: 14 maart 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 19 april 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “Handelen in strijd met geslotenverklaring in beide richtingen weg(gedeelte) bestemd voor bep. categorie voertuigen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 februari 2020 om 22:54 uur op de San Marinostraat in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert onder verwijzing naar - naar het hof begrijpt - het Feitenboekje van januari 2020 aan dat de bij de gedraging behorende feitcode R550b bedoeld is voor aangewezen categorie(ën) voertuigen (doelgroepstroken), te weten specifieke banen zoals een vrachtautobaan/taxibaan. Uit hoofdstuk 7 van - naar moet worden aangenomen - het Inventarisatievoorschrift genaamd WEGGEG van Rijkswaterstaat van oktober 2019 volgt dat onder een doelgroepstrook wordt verstaan: alle stroken, parallel lopend aan de hoofdrijbaan, fysiek of niet-gescheiden, en bedoeld voor verkeersafwisseling van het vrachtverkeer en bussen van en naar de hoofdrijbaan. De pleeglocatie betreft echter geen doelgroepstrook, maar een in- en uitrit van een bouwterrein. Aldus is de sanctie opgelegd op grond van een onjuiste feitcode (met een hoger sanctiebedrag) en kan de inleidende beschikking daarom niet in stand blijven.
3. Feitcode R550b betreft de overtreding van artikel 62 jo Pro. bord C1 als bedoeld in bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (1990). Het hof gaat uit van de omschrijvingen van de gedragingen en de bijbehorende feitcodes, zoals vermeld in de bijlage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv . Volgens voornoemde bijlage - zoals die gold ten tijde van de gedraging - ziet feitcode R550b op het gebruiken van een weg(gedeelte) bestemd voor aangewezen categorie(ën) voertuigen (doelgroepstroken). In de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen (uitgave januari 2020) is dit op overeenkomstige wijze weergegeven.
4. De verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt voor zover hier van belang als volgt:
“Ik zag dat de weg werd gebruikt terwijl deze in beide richtingen gesloten is, zoals ter plaatse aangeduid middels bord C1 RVV 1990, welke was voorzien van een onderbord. De uitzondering(en), genoemd op het (onder)bord, was (waren) niet van toepassing.
(…)
Verklaring betrokkene: de stadsbaan tunnel was gesloten”
5. Uit de stukken van het dossier volgt dat door middel van een bord C1 met een onderbord was aangegeven dat de geslotenverklaring bestemd was voor alle verkeer, met uitzondering van bouwverkeer.
6. Aldus heeft de betrokkene gebruik gemaakt van een weg die slechts voor een aangewezen categorie voertuigen - het bouwverkeer - bestemd was en kan worden vastgesteld dat de gedraging, zoals omschreven in de bijlage van de Wahv en de tekstenbundel als onder 3. vermeld, is verricht.
De publicaties waarnaar de gemachtigde verwijst, zijn niet het uitgangspunt bij de beoordeling van welke gedraging en feitcode van toepassing zijn. Het verweer dat geen sprake is van een doelgroepstrook zoals bedoeld in die publicaties en dat om die reden niet de juiste feitcode is gehanteerd, treft dan ook geen doel. Aldus is de juiste feitcode en een juist sanctiebedrag toegepast.
7. Het voorgaande betekent dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.