Uitspraak
- het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, van 23 oktober 2019, waarbij de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd;
- het achtste perspectiefplan van [justitiële jeugdinrichting 1] van 20 april 2021;
- de brief van Raad voor de Kinderbescherming van 19 augustus 2021, inhoudende de uitkomsten van het onderzoek en het strafadvies voor de zitting van de meervoudige kamer in de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2021;
- het vonnis van de meervoudige kamer in de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2021;
- het verlengingsadvies van [justitiële jeugdinrichting 1] van 7 september 2021;
- de vordering van de officier van justitie van 14 september 2021;
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de jeugdige van 10 november 2021;
- de registratiekaart betreffende de jeugdige van 2 december 2021;
- de aanvullende informatie van [justitiële jeugdinrichting 1] van 24 december 2021;
- de aanvullende informatie van [psychiatrisch centrum 1] van 25 januari 2022;
- de notulen van de zorgconferentie van 31 januari 2022;
- het e-mailbericht van het arrondissementsparket Oost-Nederland van 10 februari 2022, inhoudende dat zaak tegen de jeugdige betreffende de verdenking van mishandeling op 18 oktober 2021 nog in behandeling bij de politie is;
- het e-mailbericht van mr. A.L. Louwerse van 10 februari 2022, inhoudende informatie de heer [deskundige 1] , als maatschappelijk werker en adviseur repatriëring verbonden aan [psychiatrisch centrum 1] , over de praktische uitvoerbaarheid van een eventuele repatriëring van de jeugdige naar [geboorteland] .
- [deskundige 2] , als hoofd behandeling en GZ-psycholoog verbonden aan [psychiatrisch centrum 1] .
- [deskundige 3] , als kinder- en jeugdpsychiater verbonden aan [justitiële jeugdinrichting 1] ;
- [deskundige 4] , als gedragswetenschapper en GZ-psycholoog verbonden aan [justitiële jeugdinrichting 1] .
Overwegingen:
Beslissing
[jeugdige].
176 dagenen verstaat dat door deze verlenging de termijn van de maatregel voorwaardelijk eindigt op 1 mei 2022.