ECLI:NL:GHARL:2022:1634

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 maart 2022
Publicatiedatum
2 maart 2022
Zaaknummer
Wahv 200.292.389/01, Wahv 200.292.398/01, Wahv 200.292.399/01 en Wahv 200.292.400/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en verwijzing wegens relatieve competentie kantonrechter in verkeersboetezaken

De betrokkene stelde beroep in tegen beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland inzake overtredingen van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

De betrokkene voerde aan dat de kantonrechter Noord-Holland niet bevoegd was omdat de vestigingsplaats van de betrokkene in een ander arrondissement ligt. Het hof bevestigde dat op grond van artikel 10 Wahv Pro de kantonrechter van het arrondissement van de woonplaats van de betrokkene bevoegd is bij overtredingen vastgesteld via registercontrole.

Omdat de vestigingsplaats van de betrokkene in het arrondissement van de rechtbank Limburg ligt, was de kantonrechter Noord-Holland onbevoegd. Daarom vernietigde het hof de beslissingen en verwees de zaken naar de bevoegde kantonrechter in Limburg.

Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld. Het hof wees op eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat proceskostenvergoeding pas kan worden toegekend indien de inleidende beschikking wordt vernietigd of gewijzigd.

De zaak werd behandeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en het arrest werd op 2 maart 2022 uitgesproken.

Uitkomst: Beslissingen van de kantonrechter Noord-Holland vernietigd wegens relatieve onbekwaamheid en zaken verwezen naar rechtbank Limburg; verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.292.389/01, Wahv 200.292.398/01, Wahv 200.292.399/01 en Wahv 200.292.400/01
CJIB-nummer
: 232535670, 232535669, 231574441 en 231574442
Uitspraak d.d.
: 2 maart 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 12 maart 2021, betreffende

[de betrokkene] B.V, (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissingen van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de beroepen van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft verweerschriften ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de beroepen schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep onder meer aan dat de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland ten onrechte een beslissing heeft genomen. Gelet op de vestigingsplaats van de betrokkene was deze kantonrechter niet bevoegd om op de beroepen te beslissen.
2. Ingevolge artikel 10 van Pro de Wahv is, in dit geval, nu de gedraging een overtreding van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, vastgesteld bij een registercontrole betreft, de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de betrokkene is gelegen bevoegd om over het tegen de beslissing van de officier van justitie ingestelde beroep te oordelen. Nu de vestigingsplaats van de betrokkene is gelegen in [vestigingsplaats] , hadden de beroepen gericht tegen de beslissingen van de officier van justitie aan de kantonrechter van de rechtbank Limburg voorgelegd dienen te worden. De kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland was derhalve onbevoegd om op de beroepen te beslissen.
3. Dat betekent dat de beslissingen van de kantonrechter moeten worden vernietigd en de zaken moeten worden verwezen naar de kantonrechter van de rechtbank Limburg. De overige door de gemachtigde aangevoerde gronden aangaande deze beslissingen zal het hof dan ook onbesproken laten.
4. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en het arrest van 1 april 2021, vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2021:1786). Dit neemt niet weg dat de kantonrechter, als hij de inleidende beschikking(en) vernietigt dan wel deze wijzigt voor wat betreft het sanctiebedrag, de feitcode of de omschrijving van de gedraging en besluit tot toekenning van een proceskostenvergoeding, de in hoger beroep gemaakte proceskosten voor vergoeding in aanmerking kan brengen. Dat betreft als kosten van rechtsbijstand de indiening van een hoger beroepschrift en de nadere toelichting van het beroep (1,5 procespunt). Het gewicht van de zaak in hoger beroep is licht (wegingsfactor 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissingen van de kantonrechter en verwijst de zaken naar de kantonrechter van de rechtbank Limburg;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.