ECLI:NL:GHARL:2022:1634
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens relatieve competentie kantonrechter in verkeersboetezaken
De betrokkene stelde beroep in tegen beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland inzake overtredingen van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
De betrokkene voerde aan dat de kantonrechter Noord-Holland niet bevoegd was omdat de vestigingsplaats van de betrokkene in een ander arrondissement ligt. Het hof bevestigde dat op grond van artikel 10 Wahv Pro de kantonrechter van het arrondissement van de woonplaats van de betrokkene bevoegd is bij overtredingen vastgesteld via registercontrole.
Omdat de vestigingsplaats van de betrokkene in het arrondissement van de rechtbank Limburg ligt, was de kantonrechter Noord-Holland onbevoegd. Daarom vernietigde het hof de beslissingen en verwees de zaken naar de bevoegde kantonrechter in Limburg.
Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld. Het hof wees op eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat proceskostenvergoeding pas kan worden toegekend indien de inleidende beschikking wordt vernietigd of gewijzigd.
De zaak werd behandeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en het arrest werd op 2 maart 2022 uitgesproken.
Uitkomst: Beslissingen van de kantonrechter Noord-Holland vernietigd wegens relatieve onbekwaamheid en zaken verwezen naar rechtbank Limburg; verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.