ECLI:NL:GHARL:2022:1548

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 februari 2022
Publicatiedatum
28 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.297.077/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:10 APV HeerlenArt. 65 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Artikel 11 WahvArtikel 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor parkeren op groenstrook buiten weg

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het parkeren van een voertuig op een groenstrook zonder vergunning. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de gemachtigde dat het terrein een berm was en geen groenstrook, wat volgens de APV wel is toegestaan.

Het hof oordeelde dat de grasstrook zich voor de gemiddelde weggebruiker als een groenstrook voordoet, maar dat deze niet van gemeentewege is aangelegd. Hierdoor is niet voldaan aan de APV-bepaling die het parkeren op een van gemeentewege aangelegde groenstrook verbiedt.

Verder stelde de advocaat-generaal een wijziging van de feitcode voor naar een overtreding van een parkeerverbod op grond van een verkeersbord. Het hof verwierp dit omdat verkeersborden alleen op de weg van toepassing zijn en de groenstrook geen onderdeel van de weg vormt.

Het hof vernietigde de eerdere beslissingen en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd de proceskostenvergoeding van €1.544,25 toegekend aan de betrokkene.

Uitkomst: Het hof vernietigt de sanctie en verklaart het beroep gegrond wegens ontbreken van een van gemeentewege aangelegde groenstrook.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.297.077/01
CJIB-nummer
: 231846308
Uitspraak d.d.
: 28 februari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 22 april 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding en om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 februari 2022. Namens de gemachtigde van de betrokkene is verschenen [naam1] . De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam2] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “zonder ontheffing/vergunning een voertuig laten staan in een park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 februari 2020 om 15.12 uur op de John F. Kennedylaan in Heerlen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert onder meer aan dat de kantonrechter ten onrechte tot het oordeel komt dat de plaats waar de betrokkene zijn voertuig had staan is aan te merken als een groenstrook en niet als een berm, zoals de gemachtigde stelt. Er is geen verhoogde stoeprand aanwezig, maar een opsluitband, wat maakt dat sprake is van een berm.
3. Ter zitting heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de betreffende groenstrook niet van gemeentewege is aangelegd, aangezien uit navraag bij de afdeling Communicatie van Mondriaan, de instelling die daar gevestigd is, blijkt dat het terrein waarop de groenstrook zich bevindt eigendom is van die instelling. Ter onderbouwing heeft de advocaat-generaal een e-mailbericht overgelegd waarin dit wordt bevestigd. De advocaat-generaal stelt dat niet in strijd is gehandeld met de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV), aangezien daarin is bepaald dat het is verboden om een voertuig te laten staan in een
van gemeentewegeaangelegde groenstrook.
4. De onderhavige gedraging betreft een vermeende overtreding van artikel 5:10, eerste lid, van de destijds geldende APV van de gemeente Heerlen. Dit artikel(lid) luidt als volgt:
“1. Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.”
5. Het dossier bevat een aanvullend proces-verbaal van 3 april 2020, waarin de ambtenaar het volgende verklaart:
“Ten tijde van bekeuren stond het voertuig van betrokkene geparkeerd op een groenstrook. Deze groenstrook betreft een strook, voorzien van gras, die gelegen is op een parkeerterrein. De groenstrook is niet voorzien van vakken, waaruit opgemaakt kan worden dat deze strook niet bedoeld is om aldaar voertuigen te parkeren. Van deze strook zijn foto’s gemaakt die als bijlage bij dit commentaar worden gevoegd. (…)”
6. De ambtenaar heeft het door hem ondertekende brondocument aan het aanvullend proces-verbaal gehecht, alsmede een aantal foto’s van de gedraging. De gemachtigde heeft eerder in de procedure foto’s van de situatie ter plaatse overgelegd. Op de foto’s is te zien dat het voertuig van de betrokkene stond op een met gras bedekte strook dat een parkeerterrein omzoomt. Op de grasstrook bevinden zich lantaarnpalen en de grasstrook wordt van het (verharde) parkeerterrein afgescheiden door middel van jonge beplanting met daarachter een verhoogde trottoirband. Aan de andere kant van de grasstrook ligt de rijbaan, die met klinkers is bestraat. De grasstrook wordt door middel van een opsluitband afgescheiden van de rijbaan.
7. Naar het oordeel van het hof doet dit terrein zich voor de gemiddelde weggebruiker voor als een groenstrook en moet het daarom als zodanig worden aangemerkt. Uit de beschikbare gegevens blijkt echter niet dat deze groenstrook van gemeentewege is aangelegd. Aldus kan niet worden vastgesteld dat is gehandeld in strijd met bovengenoemde bepaling uit de APV.
8. De advocaat-generaal heeft voorgesteld om de feitcode van de gedraging te wijzigen naar R584: “parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)”. De betrokkene zou hierdoor niet in zijn belangen zijn geschaad, aangezien de hoogte van het bedrag van de sanctie voor beide feitcodes gelijk is en de onderliggende vraag, of sprake is van een berm of groenstrook, ook essentieel is voor de vraag of de voorgestelde gedraging kan worden vastgesteld.
9. Uit artikel 65 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 volgt dat de toepassing van een verkeersbord zich beperkt tot de weg. Een groenstrook maakt geen deel uit van de weg, zodat een bord E1 daar geen gelding heeft. Reeds daarom kan de voorgestelde wijziging van de feitcode en de omschrijving van de gedraging niet worden gevolgd.
10. Het hof zal als volgt beslissen.
11. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen van het hoger beroepschrift en het verschijnen ter zitting van het hof dienen in totaal 4 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.544,25 (= (1,5 x € 541,- x 0,5) + (3 x € 759,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.544,25.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.