ECLI:NL:GHARL:2022:1497

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 februari 2022
Publicatiedatum
25 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.289.342/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WahvArt. 5.1.1 RVArt. 5.13.27 RVArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor rijden met onvoldoende bandenprofiel

De betrokkene kreeg een sanctie van €140 opgelegd wegens rijden met een beschadigde of versleten band op 11 november 2019 op de A59. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene ging in hoger beroep en voerde aan dat de sanctie ten onrechte was opgelegd omdat de constatering niet tijdens het rijden was gedaan en dat er sprake was van schade aan goederen, waardoor de sanctie niet had mogen worden opgelegd.

Het hof constateerde een motiveringsgebrek bij de kantonrechter en behandelde de gronden alsnog. Uit verklaringen bleek dat de betrokkene met het voertuig had gereden ondanks twee klapbanden. De feitcode in de beschikking was onjuist en werd gewijzigd van N270e (beschadigde band) naar N270r (onvoldoende profiel). Dit wijziging schaadde de verdedigingsbelangen niet.

Verder oordeelde het hof dat er geen schade aan goederen was toegebracht bij de gedraging zelf, ondanks dat het voertuig later werd aangereden. De sanctie was daarom terecht opgelegd. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, wijzigde de feitcode en gedragsomschrijving, en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €1.354,50 aan de betrokkene.

Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond, wijzigt de feitcode en gedragsomschrijving en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.289.342/01
CJIB-nummer
: 229858808
Uitspraak d.d.
: 25 februari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 december 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl een band beschadigd of versleten is (feitcode N270e)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 november 2019 om 8:57 uur op de A59 in Standdaarbuiten met het voertuig, een aanhangwagen, met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt dat bij de kantonrechter is aangevoerd dat de sanctie ten onrechte is opgelegd nu de constatering van de gedraging niet tijdens het rijden is gedaan, hetgeen wel nodig is om te kunnen kwalificeren voor feitcode N270e. Daarnaast is aangevoerd dat het opleggen van een sanctie achterwege had moeten blijven, gelet op artikel 2 van Pro de Wahv, omdat schade aan goederen is ontstaan. De kantonrechter heeft deze gronden niet meegenomen in zijn beoordeling. De gemachtigde verzoekt het hof deze gronden alsnog te behandelen. Verder voert de gemachtigde aan dat de ambtenaar eerst ter plaatse is gekomen na de klapbanden en wel geruime tijd later. De betrokkene is met pech en na een daaropvolgend ongeval langs de weg aangetroffen door de ambtenaar. Bij de gedraging, het rijden met een versleten band, is schade ontstaan. De band is geklapt. Dat is volgens de gemachtigde voldoende directe relatie, anders dan in het geval van het arrest uit 2005, waarnaar de advocaat-generaal verwijst.
3. Het hof stelt vast dat de kantonrechter geen overwegingen heeft gewijd, althans niet kenbaar, aan de door de gemachtigde bedoelde gronden. In zoverre is sprake van een motiveringsgebrek en zal het hof zal deze gronden alsnog bespreken.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Bij meting met een daarvoor geschikte bandenprofielmeter zag ik dat het profiel van de hoofdgroeven van de band, middelste band linker zijde oplegger, minder dan de voorgeschreven profieldiepte, zijnde 1.6, bedroeg. De gemeten profieldiepte bedroeg 0.5.
Overtreden artikel: 5.13.27 Regeling voertuigen (RV).
Twee klapbanden en daardoor met pech langs de weg. 1 keer waarschuwing voor andere gladde band.
Verklaring betrokkene: Wist niet dat band glad was. Ben geen vaste berijder hiervan.”
5. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5.1.1, eerste lid en onder c in samenhang met artikel 5.13.27 van de RV. Artikel 5.1.1, eerste lid en onder c, RV luidt:
“Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmee te rijden en de eigenaar of houder verboden daarmee te laten rijden, indien het voertuig (…):
c. niet voldoet aan de in de afdelingen 2 tot en met 17 van dit hoofdstuk ten aanzien van de bouw of inrichting van voertuigen van de categorie waartoe het voertuig behoort, gestelde eisen.”
6. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat de betrokkene door twee klapbanden met pech langs de snelweg stond. Hieruit volgt, in samenhang met de verklaring van de betrokkene tegenover de ambtenaar, dat de betrokkene met het voertuig heeft gereden. Dat de ambtenaar niet zelf heeft waargenomen dat de betrokkene heeft gereden, doet hier niet aan af.
7. Feitcode N270e betreft het met een aanhangwagen van de voertuigcategorie O met een toegestane massa van niet meer dan 750 kg met één band overtreden van artikel 5.13.27, tweede of derde lid, van de RV, die luiden als volgt:
“2. De banden van aanhangwagens mogen geen beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is.
3. De banden mogen geen uitstulpingen vertonen.”
8. Gelet op de verklaring van de ambtenaar heeft de ambtenaar een sanctie op willen leggen voor overtreding van het vierde lid van artikel 5.13.27 RV. Dit luidt als volgt:
“4. De profilering van de hoofdgroeven van de banden moet over de gehele omtrekt van het loopvlak ten minste 1,6 mm bedragen, met uitzondering van slijtage-indicatoren.” De feitcode die daarbij hoort is N270r: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl de profilering van een band niet voldoet aan de gestelde eisen.”
9. In de inleidende beschikking is dus een onjuiste feitcode en een onjuiste gedraging vermeld. Naar het oordeel van het hof hoeft dit niet tot vernietiging van de inleidende beschikking te leiden, maar kan worden volstaan met wijziging van de feitcode en de omschrijving van de gedraging.
Volgens vaste jurisprudentie van het hof is het geoorloofd om de feitcode en de omschrijving van de gedraging in de inleidende beschikking te wijzigen, mits de betrokkene daardoor niet in zijn verdedigingsbelangen wordt geschaad. Uit wat de betrokkene aanvoert blijkt dat het voor hem duidelijk was waartegen hij zich moest verdedigen. Daarnaast is de hoogte van het sanctiebedrag voor beide gedragingen gelijk.
10. In artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wahv is het volgende bepaald:
“1. Ter zake van de in de bijlage bij deze wet omgeschreven gedragingen die in strijd zijn met op het verkeer betrekking hebbende voorschriften gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, de Provinciewet of de Gemeentewet, kunnen op de wijze bij deze wet bepaald administratieve sancties worden opgelegd. (…).
2. Als gedragingen in de zin van het eerste lid worden niet beschouwd die gedragingen waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.”
11. Niet gebleken is dat bij de betreffende gedraging, het rijden met een band met onvoldoende profieldiepte, schade is toegebracht. Uit een door de gemachtigde overgelegd proces-verbaal blijkt dat het voertuig met pech (een klapband) op de vluchtstrook stilstond en dat, terwijl de betrokkene stond te wachten op hulp, het voertuig is aangereden door een ander voertuig, waarbij schade is ontstaan. Dit betreft evenwel geen schade als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wahv, die bij de gedraging is toegebracht, evenmin als de klapband die aanleiding was voor het stilstaan op de vluchtstrook. Laatstbedoelde klapband was blijkens het proces-verbaal aan de rechterachterzijde gemonteerd, terwijl de gedraging de middelste band aan de linkerzijde van de oplegger betrof. Overigens is ook niet gebleken dat bij deze klapband enige schade is toegebracht.
12. Het voorgaande leidt tot de hierna vermelde beslissing, waarbij de proceskosten voor vergoeding in aanmerking komen. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting dienen in totaal 3,5 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.354,50 ((1,5 x € 541,- x 0,5) + (2,5 x € 759,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking in zoverre dat de feitcode en de omschrijving van de gedraging wordt gewijzigd in feitcode N270r en “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl de profilering van een band niet voldoet aan de gestelde eisen.”;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.354,50.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.