ECLI:NL:GHARL:2022:1392
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid en proceskostenvergoeding in bestuursstrafzaak Wahv
De betrokkene stelde beroep in tegen de niet-ontvankelijkverklaring door de kantonrechter in een bestuursstrafzaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Het hof oordeelde dat het recht op toegang tot de rechter was geschonden omdat de gemachtigde niet deugdelijk was opgeroepen voor de zitting, waardoor het appelverbod buiten toepassing moest worden gelaten en het hoger beroep ontvankelijk was.
Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en besloot de zaak zelf te behandelen zonder zitting, omdat de gemachtigde geen gebruik wilde maken van de zitting. Vervolgens beoordeelde het hof het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie over een proceskostenvergoeding.
De betrokkene stelde dat de vergoeding te laat was betaald en dat daarom extra vergoeding en wettelijke rente verschuldigd waren. Het hof oordeelde dat de betaling binnen de in de beschikking genoemde termijn van zes tot acht weken had plaatsgevonden en dat er geen sprake was van verzuim of wettelijke rente. Ook was er geen grond voor een extra vergoeding.
Daarom verklaarde het hof het beroep tegen de proceskostenvergoeding ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ontvankelijk, vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het beroep tegen de proceskostenvergoeding af.