De betrokkene kreeg een sanctie van €90 opgelegd voor het negeren van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen (bord C12) op 14 augustus 2018 te Maastricht. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof stelt vast dat de foto waarop de overtreding gebaseerd is, het voertuig toont vóór het bord C12, waardoor de gedraging niet kan worden vastgesteld.
Het hof oordeelt dat het toepasselijke Beleidskader digitale handhaving vereist dat op de foto zichtbaar moet zijn dat het voertuig het bord is gepasseerd. De ambtenaar heeft geen bewijs geleverd dat het bord op of rond de datum van overtreding daadwerkelijk aanwezig was, noch zijn er schouwrapporten overgelegd.
Daarom vernietigt het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie. Tevens wordt de proceskostenvergoeding van €1.164,75 aan de betrokkene toegekend.