De veroordeelde is in beroep gegaan tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland tot voortzetting van de ISD-maatregel. Hij stelt dat voortzetting niet zinvol is omdat hij wil terugkeren naar zijn land en de maatregel feitelijk kaal uitzit. De inrichting heeft geen passend vervolgplan en hij kan niet adequaat voorbereiden op zijn terugkeer.
Het openbaar ministerie stelt dat de behandeling noodzakelijk is vanwege aanwezige risicofactoren en dat de veroordeelde onvoldoende meewerkt. De afsluitende rapportage van De Waag toont aan dat er geen hulpvraag is en dat de veroordeelde alleen behoefte heeft aan vrijheden buiten de inrichting. De risicotaxatie wijst op meerdere dynamische risicofactoren, waarvan de veroordeelde slechts één erkent.
Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat voortzetting van de ISD-maatregel vereist is. De behandeling is noodzakelijk en uitvoerbaar zolang de veroordeelde niet bereid is zijn criminogene aspecten te onderzoeken. De voortzetting is niet zinloos door omstandigheden buiten zijn macht. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de rechtbank met aanvullende gronden.