ECLI:NL:GHARL:2022:11037

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
21 december 2022
Zaaknummer
Wahv 200.304.781/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 RVV 1990Artikel 1.1 Regeling voertuigenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor niet-toegestane verlichting op bedrijfsauto Fiat Ducato

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het voeren van niet-toegestane verlichting naast het dimlicht of mistlicht op een bedrijfsauto, een Fiat Ducato. Deze verlichting bestond uit vier witte lichten onder de kentekenplaat op de voorbumper, die door de fabrikant als optie waren geleverd. De betrokkene voerde aan dat deze verlichting markeringslichten waren en dat de politie dit in 2017 ook had bevestigd.

Het hof oordeelde dat de verlichting niet voldeed aan de definitie van markeringslichten zoals opgenomen in de Regeling voertuigen, omdat de lampen niet op de breedste punten van het voertuig waren aangebracht en niet zo hoog mogelijk. De verklaring van de politie uit 2017 werd niet aannemelijk geacht wegens gebrek aan onderbouwing. Het feit dat het voertuig met deze verlichting werd goedgekeurd bij de APK betekent niet dat deze verlichting volgens artikel 41, tweede lid, RVV 1990 is toegestaan.

De advocaat-generaal verzocht om wijziging van de feitcode, maar het hof stelde vast dat de juiste feitcode was toegepast en zag geen reden tot wijziging. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en legde de sanctie van €140 op voor het voeren van niet-toegestane verlichting op 18 mei 2020 om 03:03 uur op de A1 bij Wilp.

Uitkomst: De sanctie van €140 voor het voeren van niet-toegestane verlichting op de bedrijfsauto werd bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.304.781/01
CJIB-nummer
: 233695249
Uitspraak d.d.
: 20 december 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 12 november 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor:
“bij nacht naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan is toegestaan”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 mei 2020 om 03:03 uur op de A1 in Wilp met het voertuig met
het kenteken [kenteken] .
2. Namens de betrokkene wordt aangevoerd dat de gedraging is verricht met een bedrijfsauto, een Fiat Ducato, en dat dit voertuig met de in de voorbumper aanwezige verlichting is besteld en afgeleverd door Fiat Nederland. Dit waren en zijn markeringslichten. De politie heeft al in 2017 bevestigd dat het om dergelijke verlichting ging. Omdat toen wel werd geadviseerd de buitenste lampen minder fel te maken, is er voor gekozen om een schakelaar te plaatsen. Ten tijde van staandehouding van de betrokkene waren de buitenste twee lampen uitgeschakeld. De twee overige lampen zijn tijdens de jaarlijkse APK nooit een issue geweest en dit is ook door de RDW meerdere keren bevestigd.
3. De gedraging met feitcode R456a - als bestuurder van een motorvoertuig aan de voorzijde naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan bochtlicht, hoeklicht, richtlicht, manoeuvreerlichten voor zover niet sneller wordt gereden dan 10 km/h, markeringslichten of staaklichten - betreft een overtreding van artikel 41, tweede lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990).
4. Artikel 41, tweede lid, RVV 1990 luidt - voor zover hier van belang -:
“2. Bestuurders van een motorvoertuig mogen, (…), tegelijk met dimlicht of mistlicht aan de voorzijde bochtlicht, hoeklicht, manoeuvreerlichten, markeringslichten of staaklichten voeren, waarbij voor het mogen voeren van manoeuvreerlichten een maximumsnelheid geldt van 10 km per uur.”
5. Het proces-verbaal “Overzicht Zaakgegevens Mulder” van 22 oktober 2020 bevat onder meer als verklaring van de betrokken ambtenaar - zakelijk weergegeven -:
Feit:
als bestuurder van een motorvoertuig aan de voorzijde naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan bochtlicht, richtlicht, manoeuvreerlichten voor zover niet sneller wordt gereden dan 10 km/h, markeringslichten of staaklichten, bij nacht.
Overtredingsgegevens/waarneming
Datum : 18-05-2020
Omstreeks : 03:03 uur
Plaats : Wilp
Locatie : A1
Voertuig : bedrijfsauto
Merk/type : FIAT DUCATO
Kenteken : [kenteken]
6. Bijgevoegd is een afdruk van een fotografische opname, waarop de voorzijde van een voertuig zichtbaar is met het kenteken [kenteken] met onder de kentekenplaat op de voorbumper vier rechthoekige naar voren uitstralende witte lichten.
7. Het proces-verbaal “verzoek OM” van 30 oktober 2020 bevat onder meer als verklaring van de betrokken ambtenaar - zakelijk weergegeven -:
Markeringslicht wordt in artikel 1.1. van de Regeling voertuigen als volgt gedefinieerd: licht dat op het breedste punt van het voertuig zo hoog mogelijk is aangebracht, waardoor duidelijk de totale breedte van het voertuig wordt aangegeven. Dit licht is bestemd om voor bepaalde voertuigen en aanhangwagens de breedte- en achterlichten aan te vullen door in het bijzonder de aandacht te vestigen op de omvang. De vier betreffende lampen zijn niet op de breedste punten van het voertuig aangebracht en ook niet zo hoog mogelijk. Omdat deze in het midden van het voertuig zijn aangebracht kunnen deze ook niet bedoeld zijn om de totale breedte van het voertuig aan te geven.
8. Uit de verklaringen van de ambtenaar en hetgeen zichtbaar is op voormelde fotografische opname staat naar het oordeel van het hof vast dat het hier niet gaat om op het voertuig aangebrachte markeringslichten die zijn gevoerd. Dat de politie zou hebben bevestigd dat het om dergelijke verlichting zou gaan acht het hof - bij het ontbreken van elke onderbouwing op dat punt - niet aannemelijk. De gedraging met feitcode R456a kan op grond van voormelde gegevens worden vastgesteld. Aan de omstandigheid dat het voertuig zo door de fabrikant van het voertuig is geleverd, komt niet de betekenis toe dat voor deze gedraging geen sanctie mag worden opgelegd, aangezien het voertuig - zoals namens de betrokkene wordt aangegeven - met deze in de voorbumper aanwezige verlichting is besteld. Het feit dat het voertuig voorzien van deze verlichting bij de jaarlijkse Algemene Periodieke Keuring (APK) wordt goedgekeurd, maakt evenmin dat deze verlichting als in artikel 41, tweede lid, RVV 1990 bedoelde verlichting mag worden gevoerd. De APK is met name gericht op contoleren of het voertuig voldoet aan de bestaande milieu- en veiligheidseisen en in dat verband wordt niet beoordeeld of de op het voertuig aangebrachte verlichting in het kader van het RVV 1990 mag worden gevoerd.
9. De advocaat-generaal heeft verzocht om de feitcode te wijzigen in feitcode N650. De omschrijving die daar bij hoort luidt: “het voertuig is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan is toegestaan (cat 9 uitsluitend retroreflectie)”. Het sanctiebedrag is hetzelfde.
10. Het hof stelt vast dat de ambtenaar, gegeven het onderliggende feitencomplex, de juiste feitcode heeft toegepast voor de onderhavige gedraging. Enig belang bij wijziging van de feitcode in de door de advocaat-generaal bedoelde zin ontbreekt, zodat het hof daartoe niet zal overgaan.
11. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.