ECLI:NL:GHARL:2022:1101
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling vader met dochter wegens ongeschiktheid vader
De vader heeft ruim vier jaar geleden een procedure gestart om een omgangsregeling met zijn dochter te verkrijgen. De rechtbank wees dit verzoek in 2018 af vanwege de onbetrouwbaarheid en belemmeringen van de vader die negatieve gevolgen zouden hebben voor de ontwikkeling van de minderjarige.
In hoger beroep heeft het hof het ONS-traject (ouderschapsbemiddeling) gevolgd, waarbij de vader in 2021 contact met zijn dochter opnam maar het traject en contact na twee omgangsmomenten onverwacht afbrak. De vader was daarna moeilijk bereikbaar en maakte geen gebruik van ondersteuning om de breuk aan de minderjarige uit te leggen.
Het hof oordeelt dat de vader kennelijk ongeschikt of niet in staat is tot omgang met zijn dochter, omdat hij alleen contact wil als zijn situatie dat toelaat en daardoor onbetrouwbaar is. Een omgangsregeling zou de belangen van de minderjarige schaden. De informatieregeling blijft voorlopig, maar er wordt geen definitieve regeling getroffen.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vader af. De vrouw blijft op grond van de wet verplicht de vader te informeren over gewichtige aangelegenheden betreffende de minderjarige.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader om een omgangsregeling met zijn dochter af wegens zijn ongeschiktheid en bekrachtigt de eerdere beschikking van de rechtbank.