ECLI:NL:GHARL:2022:10962
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Vader mocht namens zoon waarschuwing aannemen over stucwerkproblemen bij dakopbouw
In deze civiele zaak gaat het om de vraag of de aannemer, die een dakopbouw met gekleurde panelen heeft geplaatst, de vader van de opdrachtgever mocht waarschuwen voor de risico's van het aanbrengen van stucwerk op deze panelen. De panelen bleken ongeschikt als ondergrond, waardoor het stucwerk losliet en herstelkosten ontstonden. De opdrachtgever vorderde vergoeding van deze kosten, maar de kantonrechter wees deze af omdat was vastgesteld dat de vader was gewaarschuwd en als vertegenwoordiger van de opdrachtgever mocht worden beschouwd.
Het hof bevestigt dat de vader gerechtvaardigd was om namens de opdrachtgever te handelen, gelet op zijn actieve betrokkenheid bij de bouw en communicatie met de aannemer. Het hof staat toe dat de opdrachtgever in hoger beroep tegenbewijs levert tegen het bewezen feit dat de vader gewaarschuwd is. Dit tegenbewijs kan bestaan uit getuigenverhoren.
De discussie over de vraag of de aannemer de opdrachtgever zelf had moeten waarschuwen over de vergunningseisen ligt niet meer voor beoordeling, omdat de opdrachtgever dit niet voldoende heeft betwist in hoger beroep. Het hof stelt dat als de aannemer de vader heeft gewaarschuwd, zij niet aansprakelijk is voor de schade. De zaak wordt aangehouden voor het horen van getuigen en verdere beslissing.
Uitkomst: Het hof staat toe dat de opdrachtgever tegenbewijs levert tegen de gegeven waarschuwing en houdt de zaak aan voor getuigenverhoor en verdere beslissing.