Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 10 mei 2022;
- het verweerschrift;
- een journaalbericht van mr. Hendriksen van 26 oktober 2022 met producties, en
- een journaalbericht van mr. Hendriksen van 4 november 2022 met producties.
3.De feiten
- artikel 2.1 van het ouderschapsplan van 3 juli 2018 gewijzigd in die zin dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige1] met ingang van 6 juli 2018 bij de vader zal zijn;
- de tussen partijen in artikel 7.1 van het ouderschapsplan van 3 juli 2018 overeengekomen door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige1] met ingang van 1 oktober 2020 op nihil gesteld en
- bepaald dat de man aan de vrouw met ingang van 10 december 2020 een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud dient te voldoen van € 553,- per maand, voor de toekomst telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
4.Het geschil
5.De overwegingen voor de beslissing
- Periode 1: 23 november 2021 tot 20 november 2022, en
- Periode 2: vanaf 20 november 2022.
- Periode 1: 70% [€ 2.730,- – (€ 704,- + 1.605,-)] = € 295,-
- Periode 2: 70% [€ 2.210,- – (€ 704,- + 1.638,-)] = 0
6.De slotsom
7.Aanhechten draagkrachtberekeningen
8.De beslissing
- € 168,- van 23 november 2021 tot 20 november 2022, en
- € 72,- vanaf 20 november 2022,