Uitspraak
1.[appellant1] ,
[appellant1],
[appellante2],
[appellanten],
[geïntimeerde],
1.[appellant1] ,
[appellant1],
[appellante2],
[appellant3],
[appellanten],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal of tussen appellanten en geïntimeerde een geldige koopovereenkomst was gesloten omtrent een onverdeeld aandeel in een onroerende zaak. Appellanten stelden dat in december 2019 een koopovereenkomst was bereikt, terwijl geïntimeerde dit betwistte en tevens stelde dat hij onder morele druk had getekend in 2017.
Het hof stelde vast dat appellanten het onroerend goed bedrijfsmatig wilden verwerven en dat het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 lid 1 BW Pro niet van toepassing was. Uit correspondentie en gedragingen van partijen bleek dat er in december 2019 volledige wilsovereenstemming was bereikt, waarmee een geldige koopovereenkomst tot stand kwam.
Het beroep van geïntimeerde op een wilsgebrek wegens morele druk in 2017 faalde, omdat dit niet betrekking had op de in 2019 gesloten overeenkomst. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep in een andere zaak, compenseerde de proceskosten en veroordeelde geïntimeerde tot medewerking aan ondertekening en levering binnen gestelde termijnen, met een dwangsom bij niet-naleving.
Uitkomst: Het hof verklaart de koopovereenkomst geldig en veroordeelt geïntimeerde tot medewerking aan ondertekening en levering met dwangsom bij niet-naleving.