In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het bedrag vastgesteld waarop het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat. Betrokkene was eerder veroordeeld voor mensenhandel en heeft uit het bewezenverklaarde handelen financieel voordeel genoten. Het hof baseert de schatting op rapporten over schadevergoeding aan de slachtoffers en aanwijzingen dat betrokkene ook voordeel heeft behaald uit andere strafbare feiten die aansluiten bij de bewezenverklaarde feiten.
De verdediging betwistte dat betrokkene daadwerkelijk over het voordeel beschikte, maar dit werd weerlegd door bewijsmiddelen en verklaringen van de slachtoffers. Het hof schatte het voordeel initieel op €356.620,-. Vervolgens bracht het hof de onherroepelijk toegekende materiële vorderingen van de benadeelden, in totaal €126.585,-, in mindering.
Hierdoor stelde het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €230.035,- en legde de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat op. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beslist. Tevens werd de maximale gijzelingstermijn vastgesteld op 1080 dagen. Het arrest werd uitgesproken op 1 december 2022.