ECLI:NL:GHARL:2022:1011

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 februari 2022
Publicatiedatum
9 februari 2022
Zaaknummer
GEMW 200.295.231/01 en 200.295.233/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 154b GemeentewetArt. 154k GemeentewetArt. 7:1 AwbArt. 3:41 AwbArt. 6:7 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bestuurlijke boetes wegens te late indiening

Eiser maakte bezwaar tegen twee bestuurlijke boetes opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wegens overlast in de openbare ruimte. De kantonrechter verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. Eiser stelde dat hij tijdig bezwaar had gemaakt via DigiD, maar door een technisch falen was dit niet ontvangen.

Het hof behandelde het hoger beroep schriftelijk en op zitting, waarbij eiser niet verscheen. Verweerder stelde dat geen technische storingen waren geregistreerd op de datum van het vermeende bezwaar en dat de telefoongesprekken van eiser pas na de bezwaartermijn plaatsvonden.

Het hof oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar tijdig was ingediend en dat hij ook niet had gehandeld door bijvoorbeeld opnieuw bezwaar te maken na het uitblijven van een ontvangstbevestiging. Er was geen sprake van een oorzaak die niet aan eiser was toe te rekenen. Daarom bevestigde het hof de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en kon de inhoudelijke behandeling van de boetes niet plaatsvinden.

Uitkomst: Het hof bevestigt dat het bezwaar tegen de bestuurlijke boetes te laat is ingediend en daarom niet-ontvankelijk is.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummers
: GEMW 200.295.231/01 en 200.295.233/01
Uitspraak d.d.
: 9 februari 2021
Arrestop het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 13 april 2021, betreffende

[eiser] (hierna: eiser),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van eiser in beide zaken ongegrond verklaard. Dat beroep was ingesteld tegen beslissingen op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders in de gemeente Amsterdam (hierna te noemen: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van twee bestuurlijke boetes aan eiser op grond van artikel 154b van de Gemeentewet met kenmerken S1013039/54582689 en S1013039/54582674.

Het verloop van de procedure

Eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter in beide zaken. Er is gevraagd om de zaken op een zitting van het hof te behandelen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
Verweerder heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaken zijn behandeld op de zitting van 26 januari 2022. Eiser is behoorlijk opgeroepen, maar niet verschenen. Namens verweerder is zoals vooraf aangekondigd niemand verschenen.

De beoordeling

1. Verweerder heeft het bezwaar tegen beide bestuurlijke boetes niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend. De kantonrechter heeft geoordeeld dat verweerder juist heeft beslist.
2. Tegen de beschikking waarbij de bestuurlijke boete wordt opgelegd, kan binnen zes weken bezwaar worden gemaakt. Dat volgt uit artikel 154k, eerste lid van de Gemeentewet, en de artikelen 7:1, 3:41, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het maken van bezwaar begint op de dag die volgt op de dag waarop de beschikking aan eiser is toegestuurd.
3. De beschikkingen zijn op 4 juni 2020 aan eiser toegestuurd. De bezwaartermijn eindigde dus op 16 juli 2020. Het bezwaarschrift is ontvangen op 14 september 2020. Dat is te laat.
4. Eiser is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. In de uitspraak staan volgens hem feitelijke onjuistheden. Zo heeft eiser nooit beweerd dat hem telefonisch is verteld dat er een eerder bezwaarschrift is ontvangen. Eiser heeft met een vijftal ambtenaren gesproken en deze gesprekken opgenomen. Op de zitting werd hem geen gelegenheid gegeven deze gesprekken te laten horen. Eiser heeft in die gesprekken steeds uitgelegd dat hij tijdig, namelijk op 15 juli 2020 online bezwaar heeft gemaakt via DigiD. Kennelijk is dit bezwaarschrift door technisch falen in de systemen van verweerder niet ontvangen. Verweerder heeft toegegeven dat een dergelijke storing wel eens voorkomt. Eiser meent dat sprake is van een tegen hem gerichte hetze. Hij is niet van plan de opgelegde boetes te betalen.
5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de beslissing van de kantonrechter moet worden bevestigd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij tijdig bezwaar heeft gemaakt. Navraag heeft geleerd dat zich op de dag waarop bezwaar zou zijn gemaakt geen storingen hebben voorgedaan. De telefoongesprekken die eiser met verweerder heeft gevoerd, dateren alle van na het verstrijken van de bezwaartermijn.
6. Het hof stelt voorop dat de klachten van de betrokkene over de bejegening door de kantonrechter en de tijd die voor de behandeling van de zaak beschikbaar was in deze procedure niet kunnen worden getoetst. Ter beoordeling van het hof staat slechts de door de kantonrechter gegeven beslissing.
7. Uit het dossier blijkt niet dat verweerder op 15 juli 2020 een digitaal bezwaarschrift van eiser heeft ontvangen. Het is bij digitaal ingediende stukken gebruikelijk dat de ontvangst daarvan, doorgaans per ommegaande, aan de indiener wordt bevestigd. Voor zover eiser binnen de bezwaartermijn heeft gepoogd een bezwaarschrift in te dienen, had het uitblijven van een ontvangstbevestiging voor hem aanleiding moeten zijn om opnieuw, eventueel op andere wijze, het bezwaarschrift in te dienen. In ieder geval had het op de weg van eiser gelegen om vóór het verstrijken van de bezwaartermijn bij verweerder te informeren of het bezwaarschrift was ontvangen. Eiser heeft verzuimd dat te doen en pas na afloop van de termijn contact gezocht. Nu eiser op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat hij tijdig bezwaar heeft gemaakt en er evenmin is gebleken van technische of andere - niet aan eiser te wijten - oorzaken voor het niet tijdig indienen van bezwaar, oordeelt het hof net als de kantonrechter dat te laat bezwaar is gemaakt en dat dit niet verontschuldigbaar is.
8. Gezien het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter in beide zaken bevestigen. De inhoudelijke bezwaren van eiser tegen de opgelegde boetes kunnen niet worden behandeld.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter in beide zaken.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.