Belanghebbende B.V. kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het vierde kwartaal van 2016, inclusief verzuimboetes voor het niet doen van aangifte en het niet betalen van de belasting. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna belanghebbende in beroep ging bij de rechtbank Gelderland. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en verwees de zaak terug naar de Inspecteur.
De Inspecteur verklaarde de bezwaren vervolgens ongegrond, waarna belanghebbende opnieuw in beroep ging bij de rechtbank. Deze vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de naheffingsaanslag. Belanghebbende stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de zitting op 16 november 2022 bereikten partijen een compromis: de naheffingsaanslag en de verzuimboete voor niet betalen werden vernietigd, de verzuimboete voor niet doen van aangifte bleef gehandhaafd, en er werd geen recht op teruggaaf van omzetbelasting vastgesteld. Daarnaast werd afgesproken dat de Inspecteur de proceskosten en het betaalde griffierecht aan belanghebbende zou vergoeden.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraken van de Inspecteur, behoudens de beslissing over de verzuimboete voor het niet doen van aangifte. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak werd op 22 november 2022 openbaar uitgesproken.