Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk bewerken en verwerken van ongeveer 488 hennepplanten en 47,2 kg natte henneptoppen, een grote hoeveelheid softdrug, in een loods te [plaats]. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank Noord-Nederland en deed opnieuw recht.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen betrokken was bij de hennepknipperij, die een professioneel karakter droeg gezien de omvang, organisatie en het aantal betrokken personen. Verdachte had een grotere rol dan alleen knippen, omdat hij ook iemand benaderde om te helpen.
De strafzaak kende een overschrijding van de redelijke termijn, wat leidde tot matiging van de straf. Gelet op de ernst van het feit, de recidive van verdachte en de omstandigheden, legde het hof een taakstraf van 120 uren op, subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
Het hof benadrukte de maatschappelijke onwenselijkheid van softdrugs en de schadelijke effecten daarvan op gebruikers. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.