ECLI:NL:GHARL:2021:9936

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 oktober 2021
Publicatiedatum
21 oktober 2021
Zaaknummer
Wahv 200.273.908/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid WahvArt. 5:6 APV Kaag en BraassemArtikel 12 Algemeen aanwijzingsbesluit APV Kaag en Braassem 2012
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor langdurig parkeren aanhanger op openbare weg

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van €95 wegens het langer dan drie achtereenvolgende dagen parkeren van een aanhanger op een openbare weg in de gemeente Kaag en Braassem. De betrokkene voerde aan dat de aanhanger niet langer dan drie dagen op dezelfde plek had gestaan en dat tussentijdse verplaatsing buiten de gemeente de termijn zou onderbreken.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en het gerechtshof bevestigde deze beslissing. Het hof oordeelde dat het niet vereist is dat de aanhanger onafgebroken op exact dezelfde plek stond, maar dat het voldoende is dat de aanhanger langer dan drie dagen binnen de gemeente op de openbare weg werd aangetroffen. De tussentijdse verplaatsing buiten de gemeente onderbreekt de termijn niet.

Verder stelde het hof dat het criterium van buitensporigheid en schadelijkheid voor het aanzien van de gemeente niet per individuele overtreding hoeft te worden getoetst, maar bij de aanwijzing van het gebied door het college van burgemeester en wethouders. De verweren van de betrokkene faalden, en de boete werd gehandhaafd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor het langer dan drie dagen parkeren van de aanhanger op de openbare weg.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.273.908/01
CJIB-nummer
: 224982642
Uitspraak d.d.
: 21 oktober 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 7 januari 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd voor: "op een weg een caravan/kampeer-/aanhangwagen e.d. plaatsen of hebben langer dan de vastgestelde termijn". Deze gedraging zou zijn verricht op 4 april 2019 om 14:11 uur op het Johan Sepershof in Oude Wetering met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Hij voert aan dat volgens de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Kaag en Braassem (hierna: de APV) sprake moet zijn van buitensporig parkeren met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte en schadelijk voor het aanzien van de gemeente. Aan geen van deze vereisten is in dit geval voldaan. In de direct omgeving waren nog voldoende parkeerplaatsen beschikbaar. Dit blijkt ook uit de foto’s van de gedraging. Weliswaar is de aanhangwagen niet nieuw meer, maar hij ziet er nog netjes uit en niemand van de buurtbewoners heeft er rechtstreeks zicht op. Verder betwist de betrokkene dat de aanhangwagen langer dan drie achtereenvolgende dagen (3 x 24 uur) stond geparkeerd en stelt de betrokkene dat dit uit het proces-verbaal en de overgelegde foto’s ook niet kan worden afgeleid. De eerste foto van 1 april 2019 is het startpunt. De tweede foto van 2 april 2019 betreft de eerste dag (24 uur). Foto drie gemaakt op 3 april 2019 toont het beeld van de tweede dag (48 uur) en de vierde foto van 4 april 2019 betreft de derde dag (72 uur). Een vijfde foto gemaakt op 5 april 2019 had moeten aantonen dat er langer dan drie dagen is geparkeerd. Nu een dergelijke foto ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Daarnaast wijst de betrokkene op de bij het beroepschrift gevoegde getuigenverklaring waaruit volgt dat de aanhangwagen op 1 april 2019 in Leiderdorp is geweest. De aanhangwagen is in door de ambtenaar genoemde periode dus buiten de gemeente Kaag en Braassem geweest, zodat het verblijf van drie dagen binnen de gemeente is onderbroken.
3. In de APV voor de gemeente Kaag en Braassem, zoals die ten tijde van de gedraging gold, is de volgende bepaling opgenomen:
“Artikel 5.6 Caravans, aanhangwagens e.d.
1. Het is verboden een caravan, aanhangwagen, boottrailer, kampeerwagen of een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.”
4. Daarnaast is in artikel 12 van Pro het Algemeen aanwijzingsbesluit APV Kaag en Braassem 2012 het volgende opgenomen:
“Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 5:6, eerste lid, onder a, van de APV alle wegen in de gemeente aan te wijzen waar het naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte en schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente om een woonwagen, kampeerauto/wagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen, boottrailer of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd, langer dan drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben.”
5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
6. De verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht houdt zakelijk weergegeven in dat het voertuig van de betrokkene langer dan de vastgestelde termijn is waargenomen op dezelfde locatie.
7. Verder bevat het dossier een op 29 mei 2019 gedateerd proces-verbaal van bevindingen. Hierin verklaart de ambtenaar - voor zover hier relevant - het volgende:
“Het is verboden om een aanhanger langer dan drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op wegen binnen de Gemeente Kaag en Braassem, tussentijds verplaatsen of een ritje doen beëindigt niet de overtreding. Je verblijft langer dan drie dagen achtereenvolgend binnen de Gemeente Kaag en Braassem wat verboden is. Niet waargenomen dat de aanhanger was verwijderd. (…) De bijgevoegde foto in het brondocument toont aan dat de aanhanger langer dan drie dagen aanwezig was in de Gemeente Kaag en Braassem. (…).”
8. Bij dit proces-verbaal heeft de ambtenaar het door hem ondertekende brondocument gevoegd en vier foto’s die hij ter plaatse heeft gemaakt. Op deze foto’s is de betreffende aanhangwagen zichtbaar terwijl deze staat geparkeerd op een als zodanig herkenbare parkeerplaats. De foto’s zijn door de ambtenaar gemaakt op respectievelijk 1, 2, 3 en 4 april 2019.
9. Het hof deelt niet het standpunt van de betrokkene dat niet vastgesteld kan worden dat de aanhangwagen langer dan drie achtereenvolgende dagen stond geparkeerd. Anders dan de betrokkene kennelijk meent, is het niet vereist dat het voertuig meer dan 72 uur onafgebroken op exact dezelfde plek staat. Van belang is slechts dat het voertuig langer dan drie opeenvolgende dagen geparkeerd op de openbare weg in de gemeente Kaag en Braassems wordt aangetroffen (vergelijk het arrest van dit hof van 6 augustus 2021, te vinden op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2021:7602). Dat de betrokkene tussentijds met de aanhangwagen heeft gereden en op 1 april 2019 ’s avonds zelfs nog in Leiderdorp is geweest met de aanhangwagen, is daarom niet belangrijk. Nu de aanhangwagen van de betrokkene op zowel 1, 2, 3 als 4 april 2019 op het Johan Sepershof in Oude Wetering stond geparkeerd, is sprake van een periode langer dan drie achtereenvolgende dagen. Anders dan de betrokkene stelt, telt 1 april 2019 daarbij als gehele dag mee.
10. Het criterium “buitensporig met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte en schadelijk voor het aanzien van de gemeente” is niet een criterium waaraan moet worden getoetst bij de vaststelling van elke individuele overtreding van de APV-bepaling. Het betreft het criterium waaraan het college van burgemeester en wethouders heeft getoetst bij de aanwijzing van het gebied waarin de APV-bepaling gelding heeft.
11. Gelet op het voorgaande falen de verweren van de betrokkene. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.