Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[eiser] (hierna: eiser),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Eiser kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet op juiste wijze aanbieden van een kartonnen doos nabij zijn woonadres in Amsterdam. De boete was gebaseerd op artikel 8, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening 2009. De kantonrechter verklaarde het beroep van eiser ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde bij het gerechtshof.
Eiser voerde aan dat de doos niet door hem was achtergelaten, maar door zijn jongere broer die werd bedreigd door drie jongens en daardoor in paniek de doos niet kon weggooien. Eiser zelf was ziek en niet in staat de doos zelf af te voeren, en stelde overmacht in. Verweerder betwistte dit en stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van overmacht.
Het hof oordeelde dat het feit dat de doos van eiser afkomstig was en niet op de juiste wijze was aangeboden vaststond. Eiser had de feiten en omstandigheden die overmacht zouden aantonen niet voldoende onderbouwd. Bovendien droeg eiser de verantwoordelijkheid voor het juiste afvalbeheer, ook als hij dit aan zijn broer had overgelaten. Het beroep op overmacht werd verworpen en de boete van €95 werd bevestigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de bestuurlijke boete van €95 wegens het niet correct aanbieden van afval ondanks het beroep op overmacht.