ECLI:NL:GHARL:2021:9674

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 oktober 2021
Publicatiedatum
14 oktober 2021
Zaaknummer
Wahv 200.279.390/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 lid 3 RVV 1990Artikel 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen boete voor vermeend dubbel parkeren op twee parkeervakken

De betrokkene kreeg een boete van €95,- voor dubbel parkeren op 28 januari 2019 op de Kanaalweg in Veenendaal. De betrokkene stelde dat het voertuig over twee parkeervakken stond, maar dit niet als dubbel parkeren kon worden aangemerkt omdat het niet parallel aan een parkeervak stond en geen toegang werd geblokkeerd.

Het hof oordeelde dat het voertuig inderdaad twee parkeervakken in beslag nam, maar dit niet kwalificeert als dubbel parkeren volgens artikel 24, derde lid, RVV 1990. De gedraging werd daarom herkwalificeerd als parkeren op een andere dan de aangegeven wijze (feitcode R 397E), waarvoor dezelfde sanctie geldt.

De betrokkene werd niet in haar belangen geschaad door deze wijziging. Verder werd geoordeeld dat het niet noodzakelijk is dat hinder wordt veroorzaakt om een sanctie op te leggen. Het hof veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene van €1.148,50.

De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard. Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: De boete voor dubbel parkeren wordt herkwalificeerd naar parkeren op een andere dan de aangegeven wijze met dezelfde sanctie van €95,- en proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.279.390/01
CJIB-nummer
: 223090932
Uitspraak d.d.
: 14 oktober 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 24 februari 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “Dubbel parkeren”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 januari 2019 om 17:11 uur op de Kanaalweg in Veenendaal met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat geen sprake is geweest van dubbel parkeren in de zin van artikel 24, derde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Uit dit artikel volgt dat daarvoor sprake moet zijn aan het parallel parkeren aan een parkeervak en daarvan was in deze zaak niet het geval. Dit volgt uit de foto’s van de gedraging en uit de verklaring van de betrokkene die aangeeft dat het voertuig geparkeerd stond over twee parkeervakken. Het voertuig stond op deze wijze geparkeerd, omdat deze vakken erg groot zijn waardoor je van het begin af aan aansluit om voor anderen ruimte te laten. Het kan dus zijn dat je hierdoor in twee vakken staat, maar je staat niemand in de weg, aldus de betrokkene.
3. Artikel 24, derde lid, van het RVV 1990 verbiedt het dubbel parkeren van een voertuig. Van dubbel parkeren is sprake wanneer een voertuig parallel aan een parkeervak wordt geparkeerd, zodat de toegang tot of het vertrek uit dat parkeervak wordt geblokkeerd.
4. Het hof is met de gemachtigde en de advocaat-generaal van oordeel dat uit de stukken blijkt dat er twee parkeervakken in beslag worden genomen door het voertuig van de betrokkene en dat dit niet is aan te merken als dubbel parkeren. Zoals de advocaat-terecht stelt, zijn met het handelen van de betrokkene wel de lijnen van het parkeervak overschreden. Dit volgt uit de foto’s van de gedraging en wordt door de betrokkene ook erkend. Aldus kan worden vastgesteld dat de betrokkene de gedraging “Als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeergelegenheid op een andere dan de aangegeven wijze” (feitcode R 397E) heeft verricht. Nu het sanctiebedrag van deze gedraging eveneens € 95,- bedraagt en de betrokkene ook op andere wijze niet in haar belangen wordt geschaad door de wijziging in voornoemde gedraging en feitcode, zal het hof daartoe overgaan.
5. Voor zover de betrokkene meent dat zij met haar handelen niemand heeft gehinderd, geeft dit geen aanleiding om de sanctie op nihil te stellen of om deze te matigen. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de wetgever immers niet afhankelijk gesteld van hinder.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter en een hoger beroepschrift dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een halve punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 534,- en voor het (hoger) beroep € 748,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten voor de fase van het administratief beroep tot een bedrag van € 400,50 (1,5 x € 534,- x 0,5) en tot een bedrag van € 748,- (2 x € 748,- x 0,5) voor de fase van het beroep bij de kantonrechter en het hoger beroep, met als totaalbedrag € 1.148,50.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in zoverre dat de feitcode en de omschrijving van de gedraging worden gewijzigd in R 397E, als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeergelegenheid op een andere dan de aangegeven wijze;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.148,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.