ECLI:NL:GHARL:2021:9618
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs contante loonbetaling in arbeidsrechtelijke procedure
In deze arbeidsrechtelijke procedure stond de vraag centraal of appellant het loon aan geïntimeerde in de periode juni tot oktober 2014 contant had betaald. Het hof nam het tussenarrest van 2019 over en baseerde zich op getuigenverhoren uit 2020 en 2021, schriftelijke stukken en memorieën van partijen.
Appellant stelde dat hij het loon contant had voldaan, maar leverde onvoldoende overtuigend bewijs. Getuigenverklaringen waren onderling inconsistent en deels afkomstig van familieleden en medewerkers van appellant, wat de geloofwaardigheid verminderde. Ook het bewijs van overschrijvingen aan de belastingdienst bood geen sluitend bewijs voor daadwerkelijke loonbetaling.
Het hof concludeerde dat het bewijs voor contante betaling ontbrak en verwierp de grieven van appellant tegen het vonnis van de kantonrechter. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, die het hof vaststelde en uitvoerbaar bij voorraad verklaarde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot contante loonbetaling af wegens onvoldoende bewijs.