Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2021:9119

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 september 2021
Publicatiedatum
29 september 2021
Zaaknummer
Wahv 200.281.318/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 RVV 1990Art. 3 WahvArt. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens ontbreken bewijs bestuurder of passagier zonder autogordel

Betrokkene kreeg een sanctie van €140 opgelegd wegens het niet dragen van een autogordel op 30 januari 2019 in Utrecht. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar betrokkene ging in hoger beroep bij het gerechtshof.

Uit het dossier bleek niet dat betrokkene het voertuig bestuurde of als passagier aanwezig was ten tijde van de constatering. De ambtenaar kon dit niet vaststellen en het bewijs ontbrak om de overtreding van artikel 59, eerste lid, RVV 1990 te onderbouwen.

Het hof oordeelde dat de gedraging niet kon worden vastgesteld en vernietigde de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter. Daarnaast werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten aan betrokkene.

De proceskostenvergoeding werd berekend op basis van toegekende procespunten en een wegingsfactor, resulterend in een bedrag van €1.148,50. Dit arrest werd uitgesproken door mr. Van Schuijlenburg in aanwezigheid van mr. Eskandari als griffier.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens het niet dragen van een autogordel wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat betrokkene bestuurder of passagier was.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.281.318/01
CJIB-nummer
: 223151247
Uitspraak d.d.
: 29 september 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 6 maart 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als bestuurder of passagier geen gebruik maken van een autogordel”. Deze gedraging zou zijn verricht op 30 januari 2019 om 14:58 uur op de Europalaan in Utrecht met het voertuig met het kenteken
[kenteken] .
2. De gemachtigde betwist namens de betrokkene de gedraging. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt niet dat de betrokkene als bestuurder (rijdend) geen gordel heeft gedragen.
3. De gedraging betreft een overtreding van artikel 59, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Die bepaling houdt - voor zover hier van belang - in:
"Bestuurders van een personenauto, een bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel en hun passagiers maken gebruik van de voor hen beschikbare autogordel."
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de gordel ongebruikt langs de deurstijl van het voertuig hing. (…) Be (hof leest: betrokkene) verklaarde ons eerst dat hij het vergeten was. Later wilde hij dit toch niet verklaren.”
6. De verplichting tot het gebruiken van de autogordel rust ingevolge artikel 59, eerste lid, van het RVV 1990 op de bestuurder en de passagier.
7. Op grond van de gegevens in het dossier kan niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van het besturen van het voertuig dan wel het zijn van passagier zoals artikel 59, eerste lid, van het RVV 1990 eist. Gelet hierop kan de gedraging niet worden vastgesteld. Het hof zal als volgt beslissen.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 534,- en voor het (hoger) beroep € 748,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.148,50 (= (1,5 x € 534,- x 0,5) + (2 x € 748,- x 0,5)).
9. Het voorgaande leidt tot navolgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1148,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.