Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoekster, een 89-jarige vrouw met beginnende dementie, had in 2018 een levenstestament opgesteld waarin zij haar gevolmachtigden aanwees als toekomstige bewindvoerder en mentor. De kantonrechter stelde in november 2020 een bewind en mentorschap in ten behoeve van verzoekster en benoemde een professionele bewindvoerder en mentor.
In hoger beroep betoogt verzoekster dat de kantonrechter ten onrechte voorbij is gegaan aan haar uitdrukkelijke wens in het levenstestament. Zij wil haar gevolmachtigden benoemd zien als bewindvoerders en mentoren. Verweerder en de professionele bewindvoerder stellen dat de belangen van verzoekster beter worden behartigd door een professionele bewindvoerder en mentor, mede vanwege zorgen over de situatie thuis en het gedrag van de gevolmachtigden.
Het hof stelt vast dat de noodzaak van bewind en mentorschap niet ter discussie staat, maar dat het geschil gaat over wie deze taken moet uitvoeren. Het hof weegt de voorkeur van verzoekster mee, maar acht gegronde redenen aanwezig om daarvan af te wijken. Deze redenen omvatten verklaringen van de casemanager dementie, signalen van verzoekster zelf dat zij niet langer wenst dat een van de gevolmachtigden haar belangen behartigt, en zorgen over de thuissituatie.
Het hof concludeert dat de professionele bewindvoerder en mentor de belangen van verzoekster beter kunnen behartigen en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter. De grieven van verzoekster falen en haar verzoek tot vervanging wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en wijst het verzoek tot benoeming van de gevolmachtigden als bewindvoerder en mentor af.