Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen, een omgebouwd alarmpistool dat scherpschietend was gemaakt. Hij had het wapen in zijn woning bewaard en zelf bij de politie aangegeven dat hij het in bezit had. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het vuurwapen op 25 augustus 2019 in zijn woning te [plaats] had.
De politierechter legde een gevangenisstraf van 3 maanden op, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, meldplicht en reclasseringstoezicht. Het hof vernietigde dit vonnis vanwege de strafoplegging en deed opnieuw recht. Gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn vrijwillige hulpverlening en het stoppen met alcoholgebruik, achtte het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf passend.
De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf werd afgewezen omdat het hof in een andere zaak deze vordering reeds had toegewezen. De straf is opgelegd met aftrek van voorarrest. Het hof legde een meldplicht bij de reclassering op als bijzondere voorwaarde om naleving te waarborgen.
Het hof hield rekening met het feit dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor andere strafbare feiten, maar ook met zijn verhuizing naar een andere buurt en zijn persoonlijke omstandigheden zoals gezondheidsproblemen en financiële situatie. De straf dient als stok achter de deur om herhaling te voorkomen.