ECLI:NL:GHARL:2021:843
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeslissing wegens ontbreken staandehouding bij roodlichtnegatie
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de betrokkene tegen een sanctiebeslissing van de officier van justitie wegens het negeren van een rood verkeerslicht op 25 juli 2017.
De betrokkene voerde aan dat zij op dat moment geen gebruik maakte van het voertuig en verwees naar een getuigenverklaring van haar echtgenoot. Tevens stelde zij dat er geen staandehouding had plaatsgevonden, waardoor zij niet kon reageren op de overtreding. Het hof constateerde dat er geen proces-verbaal van de zitting bij de kantonrechter was overgelegd, wat in strijd is met de Wahv, en vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter.
Het hof oordeelde dat de enkele mededeling van de ambtenaar dat hij bezig was met een onopvallende controle onvoldoende is om te concluderen dat staandehouding niet mogelijk was. Hierdoor was de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder opgelegd. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en het beroep van de betrokkene gegrond verklaard.
Daarnaast werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene ter hoogte van €1068,-.
Uitkomst: De sanctiebeslissing wegens het negeren van het rode verkeerslicht wordt vernietigd wegens het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding.