Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: [verzoeker] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de verkoop van een landgoed binnen een nalatenschap centraal. De executeur, benoemd door de erflaatster, had het landgoed via een intermediair in stille verkoop gezet, terwijl erfgenamen een andere makelaar wilden inschakelen. De kantonrechter bepaalde dat de executeur binnen drie weken het landgoed moest verkopen via de makelaar die door de erfgenamen was voorgesteld.
De executeur ging in hoger beroep en stelde negentien grieven in, waaronder dat hij niet in privé betrokken was en dat hij niet gebonden was aan de afspraken over de makelaar. Het hof oordeelde dat de executeur wel gebonden was aan de gemaakte afspraken tijdens een bijeenkomst in november 2019, waarin was overeengekomen dat indien de stille verkoop via zelfverkopen.nl niet snel zou slagen, de makelaar van de erfgenamen zou worden ingeschakeld.
Het hof verwierp de meeste grieven, bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter en veroordeelde de executeur in de proceskosten. Ook werd het verzoek van de executeur tot wijziging van de procedure afgewezen. De procedure werd inhoudelijk afgerond zonder toepassing van de wisselbepaling van artikel 69 Rv Pro, omdat dit tot onnodige vertraging zou leiden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en veroordeelt de executeur tot verkoop van het landgoed via de makelaar en in de proceskosten.