ECLI:NL:GHARL:2021:7799
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing kantonrechter in hoger beroep Wahv wegens onvoldoende bewijs
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een overtreding van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De betrokkene werd verweten een verkeerslicht te hebben genegeerd. Het hof had in een tussenarrest om nadere informatie gevraagd over welk verkeerslicht was genegeerd.
De advocaat-generaal kon deze informatie niet verstrekken omdat de ambtenaar zich de situatie niet meer kon herinneren, gezien het tijdsverloop van tweeënhalf jaar. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de betrokkene de overtreding had begaan. Het hof oordeelde dat een wijziging van de feitcode niet mogelijk was omdat de betrokkene zich niet adequaat tegen een nieuw verwijt kon verdedigen.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de sanctie die aan de betrokkene was opgelegd. Tevens werd bepaald dat de zekerheid die door de betrokkene was gesteld, wordt gerestitueerd. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en verklaart het beroep gegrond wegens onvoldoende bewijs.