Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellante1] ,
[appellante2],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde2],
[geïntimeerde3],
[geïntimeerde4],
[geïntimeerde5],
[geïntimeerde6],
[geïntimeerde7],
[geïntimeerde8],
[geïntimeerde9],
[geïntimeerde10],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep in een erfrechtelijke zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een deskundige benoemd om onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van de erflaatster bij het wijzigen van haar testamenten in 2008. De deskundige moet op basis van medische dossiers en schriftelijke verklaringen vaststellen of sprake was van een stoornis in haar geestvermogens en wat de gevolgen daarvan waren voor haar wilsbekwaamheid.
Partijen hebben geen bezwaar tegen de benoeming van de deskundige en hebben zich uitgelaten over de onderzoeksvragen en de kosten. Het hof heeft een voorschot op de kosten van € 8.000 vastgesteld, waarbij appellante sub 2 de helft betaalt en de andere helft ten laste komt van ’s Rijks kas vanwege toevoeging. Appellante sub 1 is vrijgesteld van voorschotbetaling.
De deskundige zal partijen betrekken bij het onderzoek, een conceptrapport opstellen en partijen in de gelegenheid stellen daarop te reageren. Het definitieve rapport moet uiterlijk 1 november 2021 aan het hof worden gezonden. De zaak is verwezen naar de rol van 23 november 2021 voor verdere behandeling na ontvangst van het deskundigenrapport.
Deze tussenuitspraak betreft vooral procedurele aspecten rondom het deskundigenonderzoek en de kostenverdeling, waarbij het hof de voortgang van de procedure waarborgt ondanks het overlijden van een geïntimeerde en de beneficiaire aanvaarding van diens nalatenschap.
Uitkomst: Het hof benoemt een deskundige voor onderzoek naar de wilsbekwaamheid van de erflaatster en regelt de kostenverdeling van het deskundigenonderzoek.