ECLI:NL:GHARL:2021:7131
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling kind wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Noord-Nederland, waarin verdachte was veroordeeld voor mishandeling van zijn kind op of omstreeks 8 oktober 2017. De politierechter had een voorwaardelijke taakstraf opgelegd en de vordering van de benadeelde partij toegewezen.
Tijdens het onderzoek stelde het hof vast dat de verklaringen waarop de veroordeling was gebaseerd voornamelijk getuigenverklaringen van horen zeggen betroffen, met name van de moeder van het kind, een verbalisant en familieleden. Gezien de jonge leeftijd van het kind en het feit dat het kind enige tijd alleen met zijn moeder was geweest na het incident, achtte het hof deze verklaringen onvoldoende betrouwbaar als bewijs voor mishandeling.
Het dossier bevatte geen direct bewijs of verklaringen uit eigen waarneming over het ontstaan van de verwondingen. Ook de verklaring van een buurvrouw over geschreeuw en gehuil kon niet zonder meer worden toegeschreven aan de mishandeling. Daarom kwam het hof tot de conclusie dat het ten laste gelegde niet bewezen kon worden en sprak verdachte vrij.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de schuld van verdachte niet was vastgesteld. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken en de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de schadevordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mishandeling van zijn kind.