ECLI:NL:GHARL:2021:7094

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 juli 2021
Publicatiedatum
23 juli 2021
Zaaknummer
21-003185-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling verdachte voor belediging ambtenaar met taakstraf

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter van 4 september 2020. Verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor de tenlastegelegde belediging van een ambtenaar tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Het hof heeft het onderzoek op de terechtzitting van 2 juli 2021 verricht en kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal die vernietiging van het vonnis en veroordeling van verdachte tot dezelfde straf vorderde, evenals de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in de schadevergoeding. Na zorgvuldige overweging is het hof van oordeel dat de politierechter op juiste gronden heeft beslist en bevestigt het vonnis.

De uitspraak werd op 16 juli 2021 uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te Leeuwarden. De raadsheer J.S. van Duurling was niet in staat het arrest mede te ondertekenen. De strafrechtelijke veroordeling blijft daarmee ongewijzigd en de vordering tot schadevergoeding wordt niet ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte tot een taakstraf van 60 uren met een voorwaardelijke hechtenis en proeftijd, en verklaart de schadevordering niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003185-20
Uitspraak d.d.: 16 juli 2021
VERSTEK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 4 september 2020 met parketnummer 16-136986-20 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
ingeschreven te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 2 juli 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis, en opnieuw rechtdoende, tot veroordeling van verdachte ter zake van het tenlastegelegde tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering tot schadevergoeding. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte bij vonnis van 4 september 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, ter zake van de tenlastegelegde belediging van een ambtenaar veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Verder heeft de politierechter de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.
Het hof is van oordeel dat de politierechter op juiste gronden heeft beslist. Het hof zal het vonnis dan ook met overneming van die gronden bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door
mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,
mr. J. Hielkema en mr. J.S. van Duurling, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,
en op 16 juli 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. J.S. van Duurling is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.