Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
[A], professioneel mentorschap,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak is in eerste aanleg een mentorschap ingesteld voor betrokkene en is een professionele mentor benoemd. Verzoeker, een familielid, is in hoger beroep gekomen tegen de benoeming van deze professionele mentor en verzocht zelf tot mentor te worden benoemd.
Het hof stelt vast dat de noodzaak van het mentorschap niet ter discussie staat, maar dat het geschil zich beperkt tot de persoon van de mentor. Volgens artikel 1:452 lid 3 BW Pro geldt een uitdrukkelijke voorkeur voor de betrokkene bij de benoeming van een mentor, en bij ontbreken daarvan wordt een familielid bij voorkeur benoemd boven een professionele derde.
Tijdens de zitting is gebleken dat de familie van betrokkene het eens is over de benoeming van verzoeker als mentor en dat er geen onrust of bezwaren zijn tegen deze benoeming. Het hof volgt de wettelijke voorkeur en benoemt verzoeker tot mentor, vernietigt de eerdere beschikking voor zover deze de benoeming van de professionele mentor betreft en stelt de beloning van de mentor vast volgens de geldende tarieven.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking voor de benoeming van de professionele mentor en benoemt verzoeker tot mentor.