Partijen zijn in 2015 uit elkaar gegaan en het huwelijk is in 2017 ontbonden. De man is verplicht tot betaling van partneralimentatie aan de vrouw, die in eerste aanleg was vastgesteld op € 2.500,- per maand als voorlopige voorziening en later verlaagd tot € 198,- bruto per maand. De vrouw kwam in hoger beroep met een grief over de draagkracht van de man, terwijl de man incidenteel hoger beroep instelde over de behoefte van de vrouw, de draagkracht met betrekking tot zakelijke schulden, de ingangsdatum en een verzoek tot nihilstelling per 2025.
Het hof heeft de draagkracht van de man berekend op basis van een gemiddelde winst uit onderneming over 2018, 2019 en 2020, waarbij correcties zijn aangebracht voor afschrijving op een luxe auto en onderhoudskosten van het bedrijfspand. De winst werd vastgesteld op gemiddeld circa € 40.993 per jaar. De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de man is per 1 maart 2019 gestopt, maar de premie voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt meegenomen tot 1 juni 2021. Daarnaast zijn woonlasten en premies ziektekostenverzekering meegenomen in de draagkrachtberekening.
De behoefte van de vrouw is vastgesteld aan de hand van de hofnorm, gebaseerd op het netto besteedbaar gezinsinkomen in de jaren 2012-2014, wat leidt tot een behoefte van circa € 2.527,- netto per maand. Haar netto besteedbaar inkomen vanaf 1 maart 2019 is € 2.062,-, waardoor een aanvullende behoefte resteert. Het hof heeft een jusvergelijking opgesteld om te bepalen bij welk alimentatiebedrag de vrije ruimte van beide partijen gelijk is, wat resulteert in verschillende bedragen per periode.
De ingangsdatum van de alimentatie is vastgesteld op 19 maart 2019, conform de voorlopige voorziening, omdat een eerdere datum tot onredelijke terugbetalingsverplichtingen zou leiden. Het verzoek van de man tot nihilstelling per 1 januari 2025 is afgewezen wegens onvoldoende zekerheid over toekomstige omstandigheden.
Het hof vernietigt de beschikking van 19 maart 2019 en bepaalt dat de man vanaf 19 maart 2019 € 700,- bruto per maand, vanaf 4 november 2019 € 429,- bruto per maand en vanaf 1 juni 2021 € 553,- bruto per maand aan partneralimentatie betaalt, telkens bij vooruitbetaling.