Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond het blokkaderecht centraal dat familie [verzoekers], gezinshuisouders, claimde bij de uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen. Familie [verzoekers] stelde dat zij als pleegouders moesten worden aangemerkt en dat hen daarom het blokkaderecht toekwam op grond van artikelen 1:265i en 1:336a BW en het EVRM.
De gecertificeerde instelling (GI) voerde verweer en stelde dat familie [verzoekers] als gezinshuisouders een professionele hulpverlenersrelatie hadden met de kinderen, wat juridisch niet gelijkgesteld kan worden aan pleegouderschap. Het hof bevestigde dit en benadrukte dat de wetgever bewust heeft gekozen het blokkaderecht alleen aan pleegouders toe te kennen.
Het hof oordeelde verder dat de belangen van de kinderen volgens het IVRK adequaat waren gewaarborgd door de GI, die de kinderen in aparte gezinshuizen plaatste vanwege hun problematiek en veiligheid. De grieven van familie [verzoekers] faalden en het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank Gelderland van 7 december 2020.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat gezinshuisouders geen blokkaderecht toekomt en zij niet gelijkgesteld worden aan pleegouders.