Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
23 of 25 januari 2018. Bij die brief zijn ook stukken toegstuurd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene maakte bezwaar tegen een administratieve sanctie van €95,- opgelegd wegens het niet gebruiken van de rijbaan als (snor)fietser bij het ontbreken van een verplicht bromfietspad. De sanctie werd opgelegd omdat de ambtenaar de betrokkene niet staande kon houden vanwege verkeersdrukte op de Hobbemastraat te Amsterdam op 2 augustus 2017.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de sanctie onterecht was opgelegd omdat handhaving juist op drukke momenten noodzakelijk is en dat de verklaring van de ambtenaar niet als ambtsedige verklaring kan gelden. Het hof oordeelde dat de ambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was vanwege de verkeersdrukte en veiligheidsrisico's.
Het hof stelde vast dat de gemachtigde voldoende gelegenheid had gekregen om de gronden van het beroep aan te vullen en dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond had verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk was gesteld.
De beslissing van de kantonrechter werd door het hof bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de afwijzing van het beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.