Op 10 februari 2019 werd een voetganger op een zebrapad in Renswoude aangereden door een personenauto met bestuurder en twee passagiers, waaronder verdachte. Het slachtoffer raakte zwaar gewond en overleed op 22 februari 2019 aan haar verwondingen.
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij als medepassagier naliet hulp te verlenen aan het slachtoffer terwijl hij getuige zou zijn geweest van het ogenblikkelijke levensgevaar. Het hof heeft onderzocht of verdachte zich bewust was van dat levensgevaar.
Uit het dossier blijkt dat verdachte wel wist dat er een aanrijding had plaatsgevonden, hij hoorde een klap, zag een gat in de voorruit en hoorde de bestuurder spreken over een ongeluk. Echter, het hof oordeelde dat niet is bewezen dat verdachte getuige was van het ogenblikkelijke levensgevaar van het slachtoffer of dat hij zich daarvan bewust was.
De advocaat-generaal had gevorderd tot bewezenverklaring, maar het hof sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beoordeeld, waarbij het hof tot vrijspraak kwam.